De Karelsbrug in Praag

Open plattegrond
Brug over de Moldau, verbindt de Oude Stad en de Kleine Zijde. Deel van de zgn. kroningsweg.
Oorspronkelijke naam Stenen brug of Praagse brug, vanaf 1870 Karelsbrug. 516 m lang, 9,5 m breed. Zandsteen. 16 halfronde bogen.Gebouwd 1357-begin 15de e. (1402?) i.o.v. keizer Karel IV (aanwezig bij de eerstesteenlegging). Bouwmeester Peter Parler. Grote toenm. techn. prestatie. Tot in de 19de e. de enige brug over de Moldau in Praag. Versch. keren beschadigd, t.g.v. beschietingen o.a. in 1648 (Zweedse troepen) en 1848 (Oostenrijkse artillerie) en t.g.v. hoogwater (ijsschollen) o.a. in 1432, 1496, 1501, 1784 en september 1890 toen 3 bogen en 2 beelden in de rivier stortten (t.g.v. hoogwater veroorzaakten boomstammen, losgeslagen vlotten en drijfhout een dagenlang aangroeiende “verstopping”, die tegen de brug een enorme druk uitoefende; de Oude Stad en Kleine Zijde stonden toen 14 dagen lang 2 meter onder water). Echter nooit volledig ingestort. Brug in 1890-92 en 1965-78 grondig gerestaureerd en verstevigd. Sedert 1974 voetgangersbrug.
karelsbrug3
Foto: de Karelsbrug na de gedeeltelijke instorting in 1890
Oudestadsbruggetoren 1357- ca. 1400 n.o.v. Peter Parler; gerestaureerd ca. 1515, na 1648 (o.l.v. Carlo Luragho), 19de en 20ste e.. De hoofden van 12 op 21 juni 1621 terechtgestelde Boheemse “opstandelingen”, werden, op bevel van de katolieke Habsburgse keizer, in ijzeren korven op staken op de torenomgang gestoken. In november 1631 werden ze door protestantse Saksische troepen verwijderd. Eertijds stond rechts voor de toren een wachthuis, afgebroken 1846-48. In die jaren werd ook de zuil (“wijnzuil”, zie verder), met erbovenop vermoedelijk reeds in de m.e. een beeld van St.-Wenceslas, verplaatst naar de hoek van de kruisherenkerk, werd de Moldauarm voor de toren overwelfd (thans Kruisherenplein) en het beeld van Karel IV geplaatst.

Plaatsing beelden(groepen) op de brug vanaf 1683. De meeste ondertussen door kopieën vervangen. De trap van het Kampaplein (Kleine Zijde) werd in 1785 gebouwd (na de ramp van 1784), om de bewoners van Kampa bij hoogwater een vluchtmogelijkheid te bieden. Huidige trap 1844. 1723 olielampverlichting, 1866 gasverlichting (huidige lantaarns!).

De Karelsbrug werd in 1962 een nationaal kultuurmonument.

De kronieken vermelden een houten Moldaubrug (1118, ingestort 1157), vermoedelijk noordelijker gelegen. Min of meer op dezelfde plaats als de huidige brug, enkele meters noordelijker, bevond zich de stenen rom. Judithbrug, gebouwd 1158-1172, ingestort 1342, genoemd naar de echtgenote van koning Vladislav I. Telde 21 bogen. De oudestadsbruggetoren van de Judithbrug is nu geintegreerd in het gebouw van het kruisherenklooster. Links van de peilstok, in de kademuur van het Kruisherenplein, bevindt zich het rom. stenen gelaat van de “bradáče “, de “man met de baard”. Oorspr. was dit reliëf boven de eerste boog van de Judithbrug ingemetseld; in 1848 naar huidige plaats verplaatst. Sommigen zien in de “baardman” een veraikon of een mandylion (symbolische bescherming van stadspoorten, kerkportalen e.a.), anderen een peilstok.

Sedert 1459 bezat de Oude Stad een tolrecht op de Karelsbrug. Het bruggegeld werd door de kruisheren geind. (De handelsweg Praag – Nürnberg liep over deze brug.) Joden betaalden nog een speciale tol, de “méchess”. Het tolhuis bevond zich vroeger in het gebouw 193/1 op het Kruisherenplein.

Architektuur

De Karelsbrug is gebouwd met gehouwen zandstenen, mortel en ijzeren haken. De brug heeft (zoals gebruikelijk in de rom. en got. periode) ronde bogen en is gebouwd op pijlers met driehoekige steunberen. Op deze steunberen zijn later sokkels gemetseld, die de beelden dragen. De brug heeft min of meer een S-vorm.

Oudestadsbruggetoren ***

Gaat door voor een van de mooiste got. torens van Midden-Europa. Staat op de eerste brugpijler! Onder de toren, in de pijler, ruimte met tongewelf, vroeger gevangenis. Ook de ruimten op de 1ste en 2de verd. eertijds als gevangenis gebruikt. Beide ruimten op de verd. verkregen huidig neogot. uitzicht in 1874-78. Bovenaan torentrap een stenen beeld (ca. 1450) van de zgn. torenwachter (had oorspr. een bochel, maar die is later weggeslagen), vroeger in de muur gemetseld.

Aan de noordzijde van de toren, marmeren reliëf met Lat. inschrift. Deze plaat bevond zich oorspr. op de 6de brugpijler, links). De tekst verwijst naar de bouw van de brug i.o.v. Karel IV en de vernieuwing, tijdens het bestuur van Jozef II, na de hoogwaterschade 1781 (of 1784?).

Huidig uitzicht door restauratie 1874-80 (J. Mocker). Ook de spits dateert uit die tijd. (Eind 18de e. had men op de torens spitsen “naar gotische wijze” aangebracht.)

Spitse poortopening met schitterend netgewelf ** op basis van driestralen (na 1373). Centraal (geen sluitsteen!) de Boheemse koningskroon. De oorspr. gotische schilderingen (ca. 1390) van het gewelf, w.o. een veraikon, werden 1877 in neogot. stijl gerenoveerd (overschilderd?).

De dekoratie van de westzijde is tijdens de Zweedse belegering 1648 verloren gegaan. Daardoor is een beter begrip van het beeldenprogramma van de toren onmogelijk. Hier zou zich naar verluidt o.a. een madonna boven de knielende gestalten van Karel IV en Elisabeth van Pommeren hebben bevonden. Thans aan westzijde reliëf met stadswapen Oude Stad en Lat. inschrift, dat herinnert aan de Zweedse belegering en lof betuigt aan de verdedigende burgers van de Oude Stad.

Dekoratie oostzijde **. Boven de poortboog, wapenschilden van de “Boheemse Landen” waarover het Luxemburgse huis destijds heerste. IJsvogel in geknoopte doek (symbool Wenceslas IV; komt hier viermaal voor). St.-Vitus centraal bovenop tweebogig model van de karelsbrug (votiefbeeld), links Karel IV (roomse keizerskroon) en rechts Wenceslas IV (roomse koningskroon); links van St.-Vitus de rijksadelaar, rechts de Boheemse leeuw; boven St.-Vitus de niet-heraldische St.-Wenceslasadelaar. Links van Karel IV het Praagse wapen, rechts van Wenceslas IV het Moravische wapen. Op een hoger niveau de Boheemse beschermheiligen St.-Adalbert (bisschop) en St.-Sigismund (koning).

Deze beeldendekoratie, samen met de konsoles, het maaswerk, de hogels, halfverheven pinakels en het lijstwerk, behoort tot de meesterwerken van de 14de e. Boheemse beeldhouwkunst. Oorspronkelijk waren de mantels, kronen, rijksappels en skepters van de twee vorsten uit het Luxemburgse geslacht verguld. Ook de heiligenfiguren waren (gedeeltelijk) verguld en de wapenschilden gepolychromeerd. Gouden Praag?

In 1978 werden de originele beelden, wegens hun slechte toestand, verwijderd en vervangen. Ze worden nu bewaard in het Lapidarium van het Nationaal Museum (Karel IV, Wenceslas IV, St.-Vitus, de wapenschilden van het Heilige Roomse Rijk en het koninkrijk Bohemen, H. Adalbert, H. Sigismund en de leeuw).

Oorspr. stond de “wijnzuil”, thans op de hoek van de kruisherenkerk, voor de oudestadsbruggetoren. De zuil droeg vermoedelijk oorspr. al een gotisch beeld van de H. Wenceslas, dat wegens beschadigingen in 1676 werd vervangen door een nieuw barok Wenceslasbeeld (J.G. Bendl). Bij die gelegenheid werd de zuil wat noordelijker verplaatst, voor het brugwachtershuis, maar hij belemmerde het verkeer en werd in 1778 op de hoek van het wachtershuis geplaatst. Na de afbraak van dit gebouw, werd de zuil verplaatst naar zijn huidige, wat verloren, standplaats.

Betekenis. Volgens sommigen verdedigingstoren, volgens anderen toren die de macht van de heerser uitstraalt. Als men de Oude Stad verlaat en in de verte de Praagse burcht (“akropolis”) ziet, dan is de oudestadsbruggetoren een eerste soort verwelkoming (toegangspoort van het koninkrijk Bohemen?), een imponerend machtsteken. De toren maakte deel uit van de kroningsweg, de weg die de vorst naar de katedraal aflegde voor de plechtige kroning tot Boheemse koning. In de tijd van de bouw van deze toren waren het zuiderportaal (met de kleurrijke glasmozaiek), de Wenceslaskapel (bewaarplaats van de Boheemse koningskroon) in de katedraal en twee vergulde torenspitsen van de burcht (oost- en westtoren) zichtbaar vanaf deze plaats. In de oostgevel van de toren staat het beeld van St.-Vitus centraal, de patroonheilige van de katedraal, die vanaf deze plaats zichtbaar is. Is er een relatie tussen de brug(getoren) en de katedraal (burcht)? Vermoedelijk wel.

Toren als symbool van het sakraal karakter van het koningschap. Benadrukking van de vorst als wereldse vertegenwoordiger van Kristus. Het geheel symboliseert de macht van keizer Karel IV en van het Luxemburgse geslacht. Kompositorisch is de gevel in drie zones verdeeld. De benedenzone symboliseert het aardse. Het middendeel, met de tronende vorsten en St.-Vitus, duidt op de heersers, bemiddelaars tussen aarde en hemel. De eeuwigheid vertegenwoordigen de twee Boheemse beschermheiligen in de hogere zone.

Bruggetorens Kleine Zijde **

Lage toren, oorspr. rom. (4de kw. 12de e.), gotisch verbouwd overblijfsel van de rom. Judithbrug, 1591 in ren. verbouwd (dakvorm, gevels en sgraffitodekoratie).

Hoge toren, 1464 t.t.v. koning Joris van Podebrady (imitatie Oudestadsbruggetoren). Vermoedelijk stond hier voordien al een toren (14de e.?). Gerestaureerd na 1648 en neogotisch gerenoveerd (J. Mocker, 1879-83). Tot 1848 bevond zich hier een militaire wachtpost.

Poort met kantelen tussen de torens, 1410. Wapenschilden brugzijde: rijksadelaar, Boheemse leeuw en kantelen (Opper-Lausitz); landzijde: Oude Stad en Kleine Zijde.

Beelden **

Dertig zandstenen beelden(groepen), de meeste geplaatst 1683-1714 (barok). De Engelenbrug in Rome zou het vb. kunnen zijn geweest. De beelden vormen a.h.w. een openlucht beeldengalerie, een optocht van mantels, kruisen, hoeden, lansen, engeltjes, dieren… Het beeldenprogramma (de ikonografie) is niet volgens een globaal plan ontstaan, maar door de wens van de diverse opdrachtgevers. Dat waren op de eerste plaats kloosterorden als de jezuieten (H. Franciskus Xaverius en het verdwenen beeld van St.-Ignatius van Loyola), theatijnen (H. Kajetanus), servieten (H. Filippus Benitius), dominikanen (Madonna met HH. Dominikus en Thomas van Aquino), augustijnen (H. Augustinus, H. Nikolaas van Tolentino), norbertijnen (HH. Wenceslas, Norbertus en Sigismund), cisterciënzers (Madonna met H. Bernardus, H. Lutgard). Praagse universiteitsfakulteiten schonken ook beelden (H. Ivo, HH. Kosmas en Damianus). Ook privé-personen uit de adel, burgerij en magistratuur schonken beelden. Al deze opdrachtgevers hebben in Bohemen heiligen geimporteerd die landsvreemd waren, maar pasten in het brede kader der kontrareformatie: missionering, mariaverering, belang van de sakramenten (eucharistie en biecht).

Men is het er niet over eens of de barokke beelden oorspr. gepolychromeerd waren. Misschien waren ze monochroom beschilderd (met verguldsel)?

Acht beschadigde barokke beelden in 1853-61 vervangen door “moderne”. Vele beelden hadden immers beschadiging opgelopen tijdens de watervloed van 1784 en 1890 en t.g.v. beschietingen in het revolutiejaar 1848 (sic). De 19de e. beelden zijn beslist geen kopieën van de oude, integendeel ook het onderwerp is gewijzigd. Ze zijn zeer akademisch uitgevoerd. De houdingen en gelaatstrekken zijn kil, apatisch-afstandelijk (bijv. St.-Wenceslas) met uitz. van de pieta.

Worden sedert begin 20ste e. geleidelijk vervangen door kopieën (originelen in het lapidarium van het Nationaal Museum). De invloed van de luchtvervuiling is zeer duidelijk.

Beschrijving der beelden vanaf de Oude Stad (te beginnen links). (1) H. Ivo * (Matthias Bernhard Braun, 1711). Opdrachtgever: Praagse rechtsfakulteit. Kopie, 1908. Ivo (gest. 1303) was een Bretoense advokaat van armen en onmondigen. Patroonheilige van rechtsfakulteiten en juristen. Aan zijn voeten een moeder met zuigeling, een kind en een gebrekkige ouderling voorgesteld, het klienteel van de heilige. Links de personifikatie van de gerechtigheid. In 1909 werd het originele beeld in het Lapidarium ondergebracht. — (2) Madonna met H. Bernardus (Matthäus Wenzel Jäckel, 1709). Geschonken door abt Benedikt Littwerig van de abdij Osek. Kopie, 1980. Bernardus van Clairvaux (gest. 1153) is de stichter van de cisterciënzerorde. Knielend voor de hem verschenen Maria met kind. Links het kruis met veraikon en onderaan de passiewerktuigen. — (3) HH.Barbara, Margaretha en Elisabeth (Johann en Ferdinand Maximilian Brokoff, 1707). Opdrachtgever: ridder Jan Václav Obytecký z Obytce, keizerlijke raadsheer. Barbara (uit een 4de e. legende), centraal, met kelk en hostie, palmtak en toren naast haar. Margaretha van Antiochië (legende), links, met kroon, kruis en draak onder de voeten. Elisabeth van Thüringen (of van Hongarije, gest. 1231), rechts, als vorstin met bedelaar aan de voeten. — (4) Madonna met HH. Dominikus en Thomas van Aquino (M.W. Jäckel, 1708). Geschonken door de dominikanen van St.-Egidius (Oude Stad). Kopie, 1960. Dominikus (gest. 1221), links, stichter der dominikanen (predikheren), voorgesteld met kruis, kerkmodel, boeken en hond met toorts. Thomas van Aquino (gest. 1274), rechts, was een 13de e. dominikaan, die in Parijs en elders theologie doceerde. Oorspr. beeldengroep sedert 1965 in het Lapidarium. — (5) Pietá (Emanuel Max, 1859). Opdrachtgever: Jan Voříkovský z Kunratic, opperburgemeester van Praag. Oorspronkelijke pietá (Johann Brokoff, 1696; opdrachtgever: Michael Matheides) in 1859 naar de voorhof van het ziekenhuis “Pod Petřínem” verplaatst (Malá Strana). In de uitsprong van de brugreling stond eertijds een zgn. martelaarszuil (boží muka), vermeld 1419 (terechtstellingsplaats?). —
(6) Kruisbeeld **, brons, op de plaats van een 14de eeuws houten kruisbeeld, dat in 1620 door protestantse troepen in de Moldau werd gegooid, vervangen werd door een nieuw houten kruisbeeld, in 1648 vernield. Huidig kruisbeeld gegoten in Dresden (Hans Hillger, 1629, n.o.v. Wolf Ernst Brohn), bedoeld voor de Elbebrug aldaar, maar in 1657 door het Praags stadsbestuur aangekocht. Vergulde Hebreeuwse tekst 1696 aangebracht op bevel van het Landgerecht, betaald met boetegeld opgelegd aan een Jood wegens vermeende bespotting van Kristus. De tekst luidt “Heilig, heilig, heilig (is) de Heer der heerscharen”. Verklaring op de sokkel in drie talen, Latijn, Duits en Tsjechisch. In het jaar 2000 heeft men een bijkomende tekst (reliëf) aangebracht, die uitdrukkelijk het voor Joden godslasterlijk karakter van het Hebreeuwse opschrift verklaart. Stenen Golgota (J.J. Heermann, 1707). De oorspr. 17de e. figuren van Maria en Johannes in 1862 vervangen (E. Max, 1861). — (7) H. Jozef (Josef Max, 1854). Geschonken door Josef Bergmann, Praag. Voorgesteld met Jezuskind. Hier stond vroeger een Jozefbeeld van J. Brokoff, 1706, geschonken door Theresa Přichovská, gehuwd met graaf Vršovec. Beeld beschadigd 1848, in 1854 vervangen. —
(8) H. Anna-ten-drieën (M.W. Jäckel, 1707). Opdrachtgever: graaf Rudolf von Lissau (Lešov). Anna, voorgesteld met dochter Maria en Jezuskind. —
(9) H. Franciskus Xaverius * (F.M. Brokoff, 1711) met bekeerlingen (expressieve gelaatstrekken). Opdrachtgever: Praagse theologische en filosofische fakulteit (de facto jezuieten). Kopie, 1912. Franciskus Xaverius (gest. 1552), een jezuiet, missioneerde in Indië en Japan. Heilig verklaard 1622. Patroonheilige der missionarissen. Hier voorgesteld met een Indische vorst en met vier vertegenwoordigers van gekerstende volkeren, een Japanner, een Tataar, een Indiër en een Moor, die allen de sokkel dragen. Het oorspr. beeld is bij de instorting in 1890 in de rivier gevallen (thans fragmentarisch in het Lapidarium). —
(10) HH. Kyrillus en Methodius (K. Dvořák, 1938). Opdrachtgever: ministerie van onderwijs van de Tsjechoslovaakse Republiek. Geplaatst n.a.v. de 20ste verjaardag van de republiek. De 9de e. slavenapostelen (eigenlijk Konstantinos en Michael) hier voorgesteld met 3 allegorische figuren, die Bohemen, Moravië en Slovakije voorstellen (of Bohemen + Slovakije + idee van de samenhorigheid?). Het is het laatst geplaatste beeld als tegenpool voor St.-Jan-van-Nepomuk. Ten tijde van het interbellum had de demokratische Tsjechoslovaakse regering de feestdag ter ere van St.-Jan-van-Nepomuk afgeschaft en 2 nieuwe feestdagen ingesteld, 5 juli (HH. Kyrillus en Methodius, de slavenapostelen) en 6 juli (Jan Hus); hierachter mag zonder twijfel een anti-Duitse houding gezocht worden. Op deze plaats stond voorheen het beeld van St.-Ignatius van Loyola (F.M. Brokoff, 1711). Opdrachtgever: jezuieten van de Nieuwe Stad. Beeld viel 1890 in de Moldau. Fragmenten bewaard in het Lapidarium. Houten model in het Stedelijk Museum. Het Ignatiusbeeld werd niet vervangen t.g.v. de onafhankelijkheid van Tsjechoslovakije (1918) en de relatie tussen de jezuieten en het oude Habsburgse rijk. — (11) H. Kristoffel (Emanuel Max, 1857). Opdrachtgever: burggraaf Václav Wanka, burgemeester van Praag. St.-Kristoffel (Christophorus, kristusdrager) spruit voort uit een 3de e. legende. Op de plaats van dit beeld stond vroeger een brugwachtershuisje, dat in 1784 samen met vijf soldaten in de Moldau stortte. Hier had graaf Sporck een beeld van keizer Karel VI (sic) willen plaatsen (zie verder) — (A) Reliëf, koper (2de kw. 18de e.), op de borstwering tussen zesde en zevende brugpijler. Stelt kruis voor, dat de plaats aanduidt vanwaar Johannes van Nepomuk 1393 op bevel van Wenceslas IV in de Moldau zou zijn gestort. St.-Jan is in 1729 heilig verklaard. Oorspr. reliëf met taferelen thans in het Museum van de Hoofdstad Praag. —
(12) H. Johannes-de-Doper (J. Max, 1857). Geschonken door ridder Johann Norbert Gemerich von Neuburg (Neuberk). Op deze plaats stond oorspr. het beeld Doopsel van Kristus (J. Brokoff, 1706). Opdrachtgever: Jan Bedřich Neumann von Neuburg. Beschadigd tijdens de beschietingen van 1848. Sedert 1855 in het Lapidarium. — (13) H. Franciskus van Borgia (F.M. Brokoff, 1710, n.o.v. J. Heinsch). Opdrachtgever: Franz von Colleto, keizerlijke burggraaf. Gerestaureerd 1937. Franciskus van Borgia (gest. 1572), hertog in dienst van keizer Karel V, werd de derde generaaloverste van de jezuietenorde. — (14) HH. Norbertus, Wenceslas en Sigismund (J. Max, 1853). Opdrachtgever: abt Hieronymus Zeidler van de norbertijnenabdij Strahov. Norbertus (gest. 1134), centraal, aartsbisschop van Maagdenburg, met monstrans. Wenceslas, links, hertog van Bohemen (10de e.). Sigismund, rechts, koning der Boergondiërs (6de E.). Dit is het derde beeld op deze plaats. Vitus Seipl, abt van Strahov, liet hier in 1708 een beeld van de HH. Norbertus, Adrianus en Jakobus plaatsen (J. Brokoff, 1708). Tijdens een Pruissisch bombardement beschadigd, verwijderd en sindsdien verdwenen. Vervangen in 1765 door een beeld van de H. Norbertus tussen twee engelen (I.F. Platzer, 1765). Alleen het houten model is bewaard (biblioteek van de Strahov-abdij). —
(15) HH. Ludmilla en Wenceslas (atelier M.B. Braun, ca. 1720). Stond oorspr. voor de Praagse burcht, in 1791 verplaatst naar de Karelsbrug (zie verder). Ludmilla, grootmoeder van de H. Wenceslas, heeft de wurgsluier in de linkerhand. Beide figuren met hertogshoed. Reliëf: moord op St.-Wenceslas. Oorspr. stond hier een beeld van de H. Wenceslas tussen twee engelen (Ottavio Mosto, ca. 1696). Opdrachtgever: Wenzel Ernst Markwart von Hradek, keizerlijke raadsheer en stadhouder van Bohemen. De plaatsing van een Wenceslasbeeld t.g.o. St.-Jan-van-Nepomuk was geen toeval. Het Wenceslasbeeld stortte in 1784 in de Moldau. In 1791 werd het geplaatst op het uitzichtterras, rechts voor de Praagse burcht. Het beeld van de HH. Ludmilla en Wenceslas, dat daar oorspr. stond, werd toen op de Karelsbrug geplaatst (plaatsverwisseling). Beeld van O. Mosto in 1906 in het Lapidarium ondergebracht. Op de originele sokkel, bij de burcht, staat nu een ander Wenceslasbeeld (Čeněk Vosmík, 1906).—
(16) H. Johannes-van-Nepomuk *, brons, gegoten 1683 in Nürnberg door Wolfgang Hieronymus Heroldt n.o.v. de Wenenaar Matthias Rauchmüller, het houten model maakte Johann Brokoff. Opdrachtgever: Matthias von Wunschwitz. Het is het eerste hier geplaatste beeld (met uitzondering van het kruisbeeld). Dit beeld van St.-Jan van Nepomuk werd als prototype in Bohemen en Moravië talloze malen nagebootst. In vergelijking met de andere beelden, mist dit beeld de barokke bewogenheid. Aan weerszijden bronzen reliëfs (moderne kopieën). Rechts, voorstelling van de verdrinkingsdood (1393) van St.-Jan. (Gelovigen drukken de duim op het gelaat van St.-Jan waardoor de afdruk, een poosje, in de duim achterblijft. Dan mag men een wens doen, die vanzelfsprekend in vervulling zal gaan… Hierop bestaan diverse variaties.) Linker reliëf met Wenceslas IV met hond en biechtscene koningin (legende). — (17) H. Franciskus Serafikus (E. Max, 1855). Opdrachtgever: graaf Franz Kolovrat-Libštejnský. De graaf schonk het beeld als dank voor de redding van keizer Franz Jozef, op wie in 1853 een aanslag werd gepleegd. “Serafikus” betekent de ontvangst door Franciskus van Assisi van de stigmata, waarbij Kristus’ lichaam bedekt zou zijn met serafijnenvleugels. Oorspr. beeld van Franciskus Serafikus (toegeschr. Frans Preiss, 1708 en geschonken door graaf Václav Vojtěch von Sternberg) in 1855 verplaatst naar de St.-Jozefkerk op het Plein van de Republiek. — (18) H. Antonius van Padua (Johann Ulrich Mayer, 1707). Geschonken door burggraaf K.V. Wittauer. Antonius (gest. 1231) voorgesteld als franciskaan met lelie (symb. van zuiverheid) en Jezuskind. Reliëf met taferelen uit het leven van de heilige. — (19) HH. Vincentius Ferrer en Prokopius * (F.M. Brokoff, 1712). Opdrachtgever graaf Romedio Franz Thun. Vincentius Ferrer (gest. 1419), een Spaanse dominikaan-boeteprediker, trok in Europa rond en verrichtte ca. 800 wonderen. Wekt hier een dode tot leven (vlg. de inskriptie zou Vincentius Ferrer 40 doden tot leven hebben gewekt, 100000 zondaars tot een beter inzicht hebben gebracht en 8000 Saracenen en 2500 Joden hebben bekeerd). Prokopius (gest. 1053), een van de Boheemse beschermheiligen, stichtte de benediktijnenabdij Sázava, waar de slavische liturgie werd beoefend (11de e.). Hier voorgesteld als abt met duivel aan de voeten (hij zou vlg. de legende 70 duivels hebben overwonnen). Sokkel gedragen door een Turk, een Jood (rabbijn) en de duivel. — (B) Bruncvík *, een zgn. Rolandbeeld (symb. van de stedelijke vrijheid, m.n. van de Oude Stad). Dit beeld bevindt zich lager op de driehoekige brugpijler. Oorspr. 16de e. beeld 1506 (?) in 1648 tijdens Zweedse belegering zwaar beschadigd, in 1884 door een zeer ongetrouwe kopie vervangen. Fragmenten van het originele beeld in het Lapidarium bewaard. De huidige ridderfiguur heeft een zwaard in de rechterhand. De linkerhand rust op het wapen van de Oude Stad. —
(20) H. Judas Thaddeus (J.U. Mayer, 1708). Geschonken door ridder Franz Mitrovský von Nemischl. Apostel voorgesteld met knots, waarmee hij zou zijn doodgeslagen. — (21) H. Nikolaas van Tolentino (Johann Friedrich Kohl, 1708). Opdrachtgever: augustijnen van het St.-Thomasklooster (Kleine Zijde). Kopie, 1970. Nikolaas van Tolentino (gest. 1305), een augustijnermonnik, was bekend voor zijn prediking. — (22) H. Augustinus (J.F. Kohl, 1708). Opdrachtgever: augustijnen van het St.-Thomasklooster (Kleine Zijde). Kopie, 1971. Augustinus (gest. 430), bisschop van Hippo, is een der westerse kerkvaders. De voorstelling van het kind met de schelp verwijst naar een legende uit Augustinus’ leven. Tijdens een meditatie over de H. Drievuldigheid, zag Augustinus een kind met een schelp water uit de zee scheppen en was hierover zeer verbaasd. Het kind verklaarde hem dat het eenvoudiger is het water uit de zee te scheppen dan het mysterie van de drievuldigheid te begrijpen. — (23) Visioen van de H. Lutgard ** (M.B. Braun, 1710). Opdrachtgever: abt Eugenius Tyttl van de abdij Plasy. Kopie, 1995. Het tafereel is doordrongen van genade en barmhartigheid. Deze bewogen kompositie stelt een visioen van Lutgard voor. Kristus neigt van het kruis naar de blinde, geknielde cisterciënzerin Lutgard, patrones van Vlaanderen (Tongeren 1182 – Aywieres 1246), waarbij op mystieke wijze de kommunie plaats heeft. Het is het eerste Praagse werk van de Tiroolse beeldhouwer Matthias Bernhard Braun en het baarde destijds opzien. Oorspr. beeld in 1995 naar het Lapidarium overgebracht. — (24) H. Kajetanus van Tiene (F.M. Brokoff, 1709). Opdrachtgever: theatijnen (Kleine Zijde). Kajetanus (gest. 1547 of 1527?), stichter der theatijnen, in 1671 heilig verklaard, voorgesteld met brandend hart en regelboek. Aanbeden tegen de pest. De obelisk is het symb. van de H.Drievuldigheid. — (25) H. Adalbert (J.M. Brokoff, 1709). Geschonken door Markus B. Joanelli, raadsheer van de Oude Stad. Kopie, 1973. Adalbert (Vojtěch) was de 2de bisschop van Praag, gedood door de heidense Pruissen (997). Patroon van Bohemen. (Niet te verwarren met Adelbert, gest. ca. 740, eerste aartsdiaken van Utrecht.) — (26) H. Filippus Benitius, marmer (Michael Bernard Mandl, 1714). Opdrachtgever: servieten (Nieuwe Stad). Het beeld stelt de 5de generaal-prior van de orde voor (gest. 1285). — (27) HH. Johannes van Matha, Felix van Valois en Ivan * (F.M. Brokoff, 1714), met gevangen kristenen bewaakt door een Turk. Geschonken door graaf Franz Josef Thun n.a.v. het einde van een pestepidemie en het vredesverdrag tussen Oostenrijk en Frankrijk in 1714. Beeldengroep gerestaureerd 1854 en 1974. De hoogst geplaatste figuur, rechts, is Ivan, volgens de legende een Dalmatische prins, die aan de kroon verzaakte en in de buurt van Praag (St.-Jan-onder-de-rots, nabij Beroun) in een grot gedurende 14 jaar een kluizenaarsleven leidde. Zittend voorgesteld met onder hem hert met kruis. (Waarom deze mythische figuur hier is voorgesteld, is niet duidelijk.) Johannes (gest. 1213) en Felix zijn de stichters van de orde der trinitariërs (1198), die kristenen uit Osmaanse gevangenschap vrijkocht. Vandaar de Turk (en de hond) die geketende en weeklagende gevangenen bewaakt. Oorspr. had de Turk een lans in de linkerhand en geen zweep. Hij staat er vrij onbewogen bij en over hem zijn in Praag talloze verhaaltjes ontstaan. — (28) H. Vitus (F.M. Brokoff, 1714). Opdrachtgever: Matěj Vojtěch Macht von Löwenmacht, deken van Vyšehrad. Vitus (Guido), een 4de e. martelaar, leefde t.t.v. keizer Diocletianus. De leeuwen verwijzen zowel naar de naam van de opdrachtgever als naar de middeleeuwse St.-Vituslegende: hij zou voor een leeuw zijn geworpen, maar deze vleide zich aan zijn voeten. — (29) H. Wenceslas (Josef Kamil Böhm, 1858). Geschonken door het blindeninstituut van Klárov. Wenceslas voorgesteld als hertog van Bohemen. Op deze plaats stonden vroeger houten (vakwerk) winkeltjes, gedeeltelijk over de brugreling gebouwd. —
(30) HH. Salvator, Kosmas en Damianus (J.U. Mayer, 1709). Opdrachtgever: Praagse geneeskundige fakulteit. Beschermheiligen (4de e. legende) van de artsen. Voorgesteld met zalfpotten. Tussen beide de verrezen Kristus.

Een eigenaardigheid vormt de nooit geplaatste beeldengroep rond de figuur van Karel VI (sic). Gemaakt door M.B. Braun, 1720-24, n.o.v. de architekt Kaňka. Opdrachtgever: graaf Frans Anton Sporck. Het monument (8,5 m hoog) stelt de keizer in antieke wapenrusting voor onder een baldakijn, bekroond met o.a. een hert met een kruis tussen het gewei. Het is gemaakt n.a.v. de opneming van de keizer in de Sint-Hubertusorde (een jachtvereniging), waarvan graaf Sporck de stichter-voorzitter was. Het monument was bedoeld voor plaatsing op de Karelsbrug, op de plaats waar nu het St.-Kristoffel-beeld staat, maar daarvoor werd nooit de toestemming verleend (graaf Sporck leefde voortdurend in konflikt met de jezuieten en daarenboven was het thema van het beeld niet-religieus en zou dus niet passen in de beeldengalerie). Het werd uiteindelijk geplaatst in een veld nabij een jachtslot in het dorp Hlavenec (bij de stad Stará Boleslav).

© Pieter Schepens, Agora Praha, 2001-2016