De afbraak van het Praagse Joodse getto in 1896-1911

In de tweede helft van de 19de eeuw wou men van Praag een moderne stad met grootstadkarakter maken naar het voorbeeld van Wenen (Ringstrasse), Parijs (de boulevards), Boedapest en Berlijn. In 1885 werd beslist om het getto (waar toen nog ongeveer 25% der bevolking Joods was) en het naburige noordelijk deel van de Oude Stad af te breken. Als redenen gaf men op: epidemies, het hoge sterftecijfer, een slecht rioleringssysteem, ontoereikende waterverzorging, de dichte bebouwing, de slechte staat van de gebouwen, overbevolking, overstromingsgevaar. Dat allemaal was wel (gedeeltelijk) waar, maar de werkelijke reden was vastgoedspekulatie. Van deze zgn. asanace (sanering) is een aantal politici en bouwspekulanten rijk geworden. De Praagse bourgeoisie wou daarenboven de arme bevolking uit het centrum weg. Bouwinitiatieven van eigenaars werden geweigerd, men had de keuze tussen vrijwillige verkoop aan de stad Praag of onteigening.

Foto´s: huizen en een oude binnenplaats met pavlatsch in het voormalig getto, nu verdwenen

In 1896-1911 werden 260 gebouwen (9 ha) in het getto (Josefov) en 324 gebouwen (27 ha) in de aangrenzende Oude Stad (Staré město) afgebroken. Dus vrijwel het hele noordelijke deel van de Oude Stad, bijna de helft van de totale oppervlakte, werd afgebroken! Van het oude getto zijn alleen zes synagogen, de begraafplaats en het raadhuis bewaard gebleven, alle woonhuizen en enkele synagogen zijn afgebroken. In de Oude Stad zijn de Sint-Valentijnkerk, drie kloosters, de Sint-Norbertuskerk, het Norbertinum en vele eeuwenoude huizen met de grond gelijkgemaakt!

Foto´s v.l.n.r.: de Platnéřská-straat tijdens de afbraak (Plattnergasse); de afbraak van het benediktijnenklooster van Sint-Nikolaas, de kerk staat er nog.

Voor de afbraak werden de huizen niet archeologisch gedokumenteerd, het moest snel gaan en het ging snel. Eind 1897 waren bijna alle gebouwen afgebroken waarna men overging tot de verhoging van het terrein (omwille van de overstromingen), de afpaling van nieuwe straten en percelen, de aanleg van een nieuw rioleringssysteem enz. Er werd een nieuwe hoofdstraat aangelegd, de Sint-Niklaasstraat (nu Parijsstraat). Parken waren niet voorzien, die brachten immers geen geld op. In 1900 begon men met de bouw van de nieuwe woonblokken. In 1914 stonden de meeste gebouwen recht, een volledig nieuw stadskwartier was ontstaan. Nieuwe flatgebouwen, monumentale bank- en verzekeringszetels en overheidsgebouwen werden gebouwd in eklekticisme (een allegaartje van neoromaanse, neogotische, neorenaissance en neobarokke stijlen). Vele gevelsierelementen vertegenwoordigen de Jugendstil (Art Nouveau), ook romantische uitbouwseltjes, torentjes, erkers, balkons enz. treft men aan. Hoewel hier en daar een gebouw een bescheiden plaatsje verdient in een boek over kunstgeschiedenis, valt het geheel onder de noemer architektuurkitsch! Het hele noordelijke deel van de Oude Stad straalt thans zwaarmoedigheid, stugheid en kilte uit.

We kunnen alleen maar instemmen met de schrijver Gustav Meyrink (auteur van Der Golem): de eeuwenoude ongrijpbare geheimzinnige atmosfeer van Praag is verdwenen, de stad is “gedesinfekteerd”. Een unieke oude stadsbuurt is voorgoed verdwenen.

© Piet Schepens (2018)