Torenbekroningen

Torens zijn van verre zichtbaar, ze vallen op, ze rijzen immers hoog op boven hun omgeving. Ze willen worden gezien en bewonderd. Daarom wordt over het algemeen extra aandacht besteed aan een mooie vorm. Vooral de torenbekroning krijgt dan een benadrukte gestalte. Dikwijls is die bovenbouw achthoekig en dat heeft te maken met meer stevigheid, maar ook met de symboliek van het getal acht. Kort samengevat: stelt het vierkant de mensenwereld voor, dan is de cirkel de goddelijke wereld, volmaaktheid, eeuwigheid. De achthoek vormt de overgang van kwadraat naar cirkel, is dus de verbinding tussen aarde en hemel, de drempel naar een hogere wereld.
Torens staan vrij of in verbinding met een gebouw. Torens zijn hoekig of rond, geleed of ongeleed. En met geleed bedoelen we dat de verdiepingen, de geledingen, duidelijk herkenbaar zijn. De torenkap is stomp of spits.
Naar een toren kijkt men, vanuit een toren ziet of bespeurt men. Torens kunnen louter sieraad zijn, maar meestal dienen ze ergens voor: kerktoren, klokkentoren, stadstoren (raadhuistoren), slottoren, weertoren (burcht, stadsmuur), woontoren, traptoren, vuurtoren, watertoren, uitkijktoren, verkeerstoren enz.

Middeleeuwen

Romaanse torens zijn robuust, imposant maar niet elegant. De torenkap, meestal piramidaal, is zwaar en gesloten. Opvallend zijn de grote laatromaanse dom- en abdijkerken met vele torens, bijv. in Cluny, Doornik (foto), Limburg a.d. Lahn (foto) en Worms. Ze representeren het belang van de bisschop en zijn kathedraal, van de abt en zijn klooster, allemaal centra van macht, rijkdom, onderwijs, kultuur en wetenschap.

Romaanse kerktorens – Foto 1: Doornik / Tournai, Tornacum, Dornick (nu Henegouwen), kathedraal, vijf evenhoge romaanse torens (eind 12de eeuw). Foto 2: Limburg a.d. Lahn (Hessen), 13de eeuw, romaans. Het was al in de middeleeuwen gebruikelijk om de buitenmuren van kerken (en andere gebouwen) te bepleisteren en te beschilderen. In de 19de eeuw heeft men, helaas, op veel plaatsen die gekleurde mantels verwijderd, ook in Limburg a.d. Lahn, maar daar werd voor de verwijdering de toestand grondig gedokumenteerd en dan later weer gerekonstrueerd. Foto 3: Naumburg (Saksen-Anhalt), dom, twee laatromaanse achthoekige oosttorens (1ste helft 13de eeuw) met barokhelm en lantaarn, twee vroeggotische vierkanttorens (2de helft 13de eeuw).

Ten tijde van de gotiek werd het aantal kerktorens gewoonlijk beperkt tot één of twee, maar die ging men, dikwijls uit eerzucht, steeds hoger en gewaagder bouwen. Men tastte de grenzen van de techniek af, maar vele torens zijn ingestort, bijv. in Beauvais, of moesten later extra worden versterkt.
De vorm van de toren maakt t.t.v. de gotiek een evolutie door, het torenlichaam wordt trapsgewijs ingedeeld, van verdieping naar verdieping. De onderbouw blijft zwaar en kwadratisch, dan is er een geleed middendeel en tenslotte een sterk benadrukte bovenbouw, die lichtheid vertoont met plastische geledingen als sierelementen, hoektorentjes enz. De muurmassa wordt steeds lichter en doorbroken door grote openingen, er is ook meer “lichtheid” in vorm, wat bijv. duidelijk is bij de Utrechtse domtoren (foto).
Mooie Brabantse kerktorens met achthoekige bovenbouw treft men bijv. aan in Zoutleeuw (foto), Breda (foto) en Antwerpen (foto).

Gotische kerktorens – Foto 4: Freiburg im Breisgau (Baden-Württemberg), gotische toren (1340) 116 m hoog. De torenspits van het munster (1280 – ca. 1340) is hier niet langer dak, ze dekt niet, maar is stenen filigraanwerk. De ijle open spits symboliseert, net als de achthoek, de overgang van aarde naar hemel, de sfeer waar hemel en aarde elkaar raken. Foto 5: Utrecht, vrijstaande sterk gelede gotische 112 m hoge toren (1382), achthoekige bovenbouw. Foto 6: Straatsburg (Elzas), gotische 142 m hoge toren (1439). De toren van het munster in deze door Frankrijk in 1681/97 geannexeerde Duitse stad was met 142 m tot in het jaar 1874 de hoogste van Europa.

Gotische kerktorens – Foto 7: Zoutleeuw (Brabant), Sint-Leonarduskerk, vieringtoren, 15de eeuw, achthoekige bovenbouw. Foto 8: Breda (Brabant), O.L.V.-kerk, toren 1509, 97 m hoog, achthoekige bovenbouw. Foto 9: Antwerpen (Brabant), O.L.V.-kerk, de 123 m hoge toren uit 1521 was kerktoren én stadstoren. achthoekige bovenbouw.

In de 13de eeuw werden vele steden versterkt met muren, poorten en torens. De macht van het patriciaat en de gildemeesters in de steden van bijv. Italië, Vlaanderen en Brabant nam toe. De rijke en machtige burgerij spiegelde zich aan de levenswijze en de uiterlijke praal van adel en kerk en bouwde representatieve stadsarchitektuur zoals een raadhuis, gildehuizen enz. Een indrukwekkende stadstoren of belfort (belfried, belfry, beffroi) vertegenwoordigde en demonstreerde de souvereiniteit van de vrije stad, ze belichaamde de macht van het burgerlijke zelfbestuur. De toren is meestal hoog en slank, losstaand of deel uitmakend van een gebouw, meestal het raadhuis (Brussel), maar vooral in Vlaamse steden met hun op export gerichte lakennijverheid en -handel, is de toren deel van de grote markthal (Brugge).

Gotische stadstorens – Foto 10: Brugge (Vlaanderen), lakenhal en belfort, midden 13de-eind 15de eeuw. Bovendeel achthoekig. Met beiaard (klokkenspel). Toren 108 m. Foto 11: Ieper (Vlaanderen), lakenhalletoren, 13de eeuw, 70 m hoog. Foto 12: Aalst (Vlaanderen), raadhuis met stadstoren, laatgotisch, 1460; in de toren een beiaard met 52 klokken!

Gotische stadstorens – Foto 13: Brussel (Brabant), raadhuistoren, 15de eeuw, 96 m hoog. Foto 14: Praag (Bohemen), raadhuistoren, midden 14de eeuw, bijna 60 m hoog. Foto 15: Praag, Karelsbrug, Oudestadsbruggetoren, 15de eeuw.

In de stadstoren bewaarde men de belangrijke oorkonden, was de wapenkamer, een kerker en een uitkijk vanwaar de torenwachter of torenblazer de stad in het oog hield om tijdig brandalarm te slaan. In de toren hangen de stadsklokken en is dikwijls een beiaard (klokkenspel, in het Frans carillon). Kerk en stad konden een toren delen, bijv. in Leuven en Antwerpen. In de Nederlanden zijn die torens indrukwekkend hoog (Antwerpen, Breda en elders), precies omdat ze ook stadstorens waren.

Sierlijke renaissance en barokke torenbekroningen

Renaissance kerk- en stadstorens – Amsterdam (Holland) is beroemd voor haar mooie renaissancetorens, vele met een achthoekige bovenbouw. Foto 16 (midden): Oude Kerk (Sint-Nikolaaskerk), de toren is nog laatgotisch maar met renaissance elementen (1564). Deze toren was het voorbeeld voor de andere mooie renaissance torenbekroningen, bijna allemaal ontworpen door Hendrick de Keyser. Foto 17: Montelbaanstoren, stadstoren uit 1516, het bovendeel dateert uit 1606. Foto 18: Zuiderkerk of Janskerk (1614-1619). Foto 19: Reguliers- of Munttoren (1619). Foto 20: De hoogste Amsterdamse kerktoren is met 87 meter die van de Westerkerk (spits 1638).

Renaissance torenspitsen zijn ten noorden van de Alpen een mengeling van gotische torenspitsen en Italiaanse renaissance ronde vormen. Belangrijker dan de hoogte van de toren is de harmonische verhouding, het evenwicht tussen alle bouwdelen. Nieuw is ook de skulpturale vormgeving met bijv. geprofileerde lijsten, friezen, frontons, voluten, balusters, schelpmotieven en de toepassing van de Griekse zuilenorde (de volgorde van Dorische, Ionische en Korintische zuilen en kapitelen).
De koepel werd in de renaissance beschouwd als de perfekte harmonische bekroning. Is het grondvlak van de torenkap of -helm een cirkel of een regelmatige veelhoek en komen de gebogen dakvlakken in een punt bijeen dan is dat een koepeldak of koepelhelm. De meeste hebben een klok- of uivorm (bloembol). Staat op de klok of op het uitje een lantaarn en daarbovenop weer een uitje dan is dat een Welsche Haube (romaanse torenhelm, ook wel eens peervormige torenhelm genoemd). De vormgeving of gestalte wordt steeds bonter en fantasievoller en zal uitmonden in de barokstijl.

In Bohemen is de cilindrische slottoren van Český Krumlov (foto) beroemd, maar de mooiste renaissance torens staan in Moravië dat bezaaid is met torens en torentjes met veel ronde vormen. Overal ziet men koepel- of uivormige torenhelmen met lantaarns, ze lijken wel barok. Voorbeelden van die Moravische torenvreugde treft men aan in Tovačov (foto), Brno (foto), Mikulov (foto), Moravský Krumlov (slottoren), Olomouc (raadhuis, torendak, 1606), Kroměříž (slottoren, helm) en Náměšť nad Oslavou (slotpoorttoren, 1578).

Renaissance torens in Bohemen en Moravië – Foto 21: Český Krumlov / Böhmisch Krumau (Bohemen), cilindrische bepleisterde en beschilderde slottoren met torenomgang, torenbekroning klaar in 1581, B. Maggi. Foto 22: Tovačov (Moravië), slottoren, 1492, 96 m hoog! Foto 23: Brno / Brünn (Moravië), gotische raadhuistoren, torenomgang 1577. Foto 24: Mikulov / Nikolsburg (Moravië), stads- en kerktoren van de Wenceslaskerk, 17de eeuw.

Tot de mooiste verwezenlijkingen van de barokarchitektuur behoren de torens en hun bekroningen. Het renaissance gamma van skulpturale versiering, zoals bijv. de uivormige torenhelm, wordt overgenomen en verder aangevuld met zwaar geprofileerde kroonlijsten, konkave en konvexe muurzwenkingen, vazen, bollen, enz. De vormentaal is die van de renaissance, maar de harmonische rust wordt vervangen door onstuimige beweging, dynamiek en opnieuw zoals in de gotiek hemelwaarts vertikalisme. Barokkunst demonstreert de triomf van de kontrareformatie.

Toren, Marianska Tynice
Foto 25

Foto 25: Mariánská Tynice / Maria Teinitz (Bohemen), voorm. cisterciënzerproosdij met Maria-Boodschap-bedevaartkerk, architekt Johann Santin-Aichl, 1762. De torenspitsen dragen wezenlijk bij tot de schoonheid van de architektuur.

Meesterwerken van barokarchitektuur zijn in de (Zuidelijke) Nederlanden eerder zeldzaam, er is veel minderwaardige barokarchitektuur. Vermeldenswaard zijn de basiliek in Scherpenheuvel, de Sint-Michielskerk in Leuven, de Carolus Borromeuskerk (foto) in Antwerpen en ‒ ook in de stad van Rubens ‒ de toren van de Sint-Pauluskerk (foto).
Ook de bekroningen van de toren van de Parkabdij in Heverlee (begin 18de eeuw) en die van de O.L.V.-basiliek in Kortenbos (1725) zijn het vermelden waard. De laatbarokke (klassicistische) abdijkerk van Vlierbeek bij Leuven is een pareltje (foto).

Baroktorens in de Zuidelijke Nederlanden – Foto 26: Veurne (Vlaanderen), raadhuis (Landhuis, renaissance) met belfort, 17de eeuw, toren renaissance-vroegbarok. Foto 27: Bergen / Mons (Henegouwen), belfort, 1661. Foto 28: Antwerpen (Brabant), Carolus Borromeuskerk. De toren (1621) is een voorbeeld van barokke sierlijkheid, verfijndheid en verscheidenheid. De onderbouw is in rustika, op de eerste verdieping treffen we de dorische orde aan, op de tweede verdieping de ionische en op de achthoekige bovenbouw de korintische orde. Foto 29: Antwerpen, Sint-Pauluskerk, toren (1680-82). Foto 30: Kessel-Lo (Brabant), voorm. benediktijnenabdij Vlierbeek. De toren (1783) is boeiende architektuur, streng én elegant. Onderaan is hij vierkant en gesloten, de geopende bovenbouw is achthoekig met een helm in de vorm van een Welsche Haube (koepelhelm – lantaarn – helm). Toren én kerkgebouw zijn een opvallend landschapsteken.

Boheemse barok is zoals Beierse en Oostenrijkse en over het algemeen Midden-Europese barok sierlijker, vrolijker en boeiender dan de (Zuid-)Nederlandse. De meeste kerken hebben twee flankerende vierkante torens met uivormige helm. Voorbeelden hiervan zijn de kerk van Sint-Jan-van-Nepomuk-op-de-rots in de Praagse Nieuwe Stad (foto) en de bedevaartkerk in Hejnice / Haindorf (foto). Kleinere kerken hebben gewoonlijk één vierkante facadetoren, bijv. de Mariakerk in Nový Bor / Haida (foto). Dikwijls staat boven de poort van een slot of bedevaartkompleks een toren, bijvoorbeeld boven de ingangspoort van het slot in Roudnice (foto) en de toren van het Loretobedevaartoord in Praag (foto).

Baroktorens in Bohemen – Foto 31: Praag (Bohemen), kerk van Johannes Nepomucenus-op-de-rots, twee schuingeplaatste torens (1739). Foto 32: Hejnice (Bohemen), klooster- en bedevaartkerk (1725). Foto 33: Nový Bor (Bohemen), Mariakerk (1786-88), facadetoren. Foto 34: Roudnice nad Labem (Bohemen), slot, ingangspoort met toren. Achthoekige bovenbouw met helm en lantaarn (1668-84). Foto 35: Praag (Bohemen), Loreta-toren, ingangspoort met toren, rijk gedekoreerd, dominante. Achthoekige bovenbouw met helm en lantaarn (1721-25).

Uit de 19de eeuw dateren bezienswaardige industriële torens en water- en vuurtorens, maar over “moderne” torens zullen we het later hebben. Als aperitiefje bieden we volgende foto aan.

Toren, Kosmonosy, betonarna

Foto 36: Kosmonosy (Bohemen), betonsilo´s (2000). De firma had architekt Jan Rada in dienst genomen om haar diverse sites een (grappige) vorm te geven, een pr-stunt dus.

© Piet Schepens (2018)

P.S.: Over woontorens en torenwoningen: zie Woontoren, torenhuis. Over de symboliek van het getal acht: zie De symboliek van het getal acht.