Een Brabantse triptiek in Praag

Prager Dombild, Jan Gossart en Michiel Coxcie

Foto: Het geopende drieluik. Centraal het paneel Sint-Lukas schildert de madonna van Jan Gossart. Zijpanelen van Michiel Coxcie met links de marteling van Sint-Jan-de-evangelist en rechts het Visioen van Sint-Jan op Patmos. (Foto uit Z. Wirth, F. Kop en V. Ryneš, Metropolitní Chrám svatého Víta, Praag, 1945, p. 17.)

Het Prager Dombild is een meer dan manshoog retabel (altaarstuk), samengesteld uit drie beschilderde panelen: een middendeel van Jan Gossart en zijluiken van Michiel Coxcie. Het bevond zich oorspronkelijk in Mechelen, is naar Praag gebracht en stond daar meer dan tweehonderd jaar lang op het hoofdaltaar van de Sint-Vituskathedraal. Het is nu een van de pronkstukken van de Praagse Nationale Galerie, afdeling Europese kunst van Oudheid tot Barok in het Sternbergpaleis.

Jan Gossart, genoemd Mabuse, zou omstreeks 1478 zijn geboren en algemeen wordt aangenomen dat hij in Antwerpen als schilder was opgeleid. Zijn opdrachtgevers kwamen uit de hoogste kringen, onder hen waren bijvoorbeeld landvoogdes Margaretha van Oostenrijk, keizer Karel V en koning Christiaan II van Denemarken. Hij overleed in 1532, maar we weten niet waar.

Het middenpaneel “Sint-Lukas schildert de Madonna”

Vermoedelijk schilderde Jan Gossart het schilderij ca. 1515 in opdracht van het Sint-Lukasgilde (schilders) van Mechelen voor hun gildealtaar in de Sint-Romboutskerk. In Mechelen was toen het hof van landvoogdes Margaretha van Oostenrijk, de tante van keizer Karel V.

Foto´s. Het middenpaneel van Jan Gossart met rechts een detail.

Het schilderij stelt de (Byzantijnse) legende voor van de evangelist Lukas die Maria en Jezuskind portretteert. De groep personages vooraan is traditioneel religieus opgevat, maar opvallend is het architektuurkader dat de nieuwe geest van humanisme en renaissance vertegenwoordigt. In de tempelarchitektuur vooraan worden Herakles met knuppel en met gouden appel van de Hesperiden, een uil, een putto met gans en profeten voorgesteld. Ze vertegenwoordigen de klassieke Oudheid en het Jodendom (het Oude Testament). Vooraan wordt Lukas voorgesteld als portrettist en op de achtergrond als schrijver (Maria dikteert Lukas het evangelie). De architektuur is daar gotisch en is symbool van het kristendom (het Nieuwe Testament). Tussen voor- en achtergrond zien we de levensbron (paradijsfontein).

De zijpanelen van Michiel Coxcie

Michiel Coxcie (Mechelen 1499 – 1592) schilderde ergens tussen 1532 (dood van Gossart) en 1592 zijpanelen voor Gossarts “Sint-Lukas schildert de madonna” en zo ontstond een drieluik. Mogelijk gebeurde dat omstreeks het midden van de 16de eeuw omdat de gebogen vorm bovenaan toen een modeverschijnsel was. Die golvende vorm is immers niet origineel, de linker- en rechterbovenhoek van Gossarts paneel zijn erdoor geamputeerd.
Vermoedelijk gaf het Mechelse Lukasgilde de opdracht voor de uitbreiding tot een drieluik omdat Johannes-de-evangelist op de zijpanelen een opvallend prominente rol toebedeeld werd, het altaar van het schildersgilde in de Sint-Romboutskerk was immers oorspronkelijk gewijd aan Johannes-de-evangelist en de zijluiken van Coxcie moesten daaraan herinneren. Zowel Johannes als Lukas zijn de beschermheiligen van schilders, beeldhouwers, architekten, boekbinders en notarissen.

De lotgevallen van het drieluik

Het drieluik is ooit in Praag terechtgekomen. Wanneer en hoe weten we niet, er zijn een paar theorieën, maar daarover kunnen we hier niet uitwijden.
In een brief aan keizer Matthias, gedateerd 12 maart 1614, vroeg het Mechelse stadsbestuur om de teruggave (!) van het retabel. In de brief staat dat het drieluik afkomstig is uit de kapel der schilders in de Sint-Romboutskerk in Mechelen, dat het zich bevindt in het paleis van de keizer te Praag en dat Jan Gossart de schilder is van het middenpaneel en Michiel Coxcie van de twee zijvleugels. Het is niet bekend of het keizerlijk hof op de brief heeft gereageerd.

Beeldenstorm in Praag

Prager Dombild, houten paneel van de kalvinistische beeldenstorm

Foto: Praag, Sint-Vituskathedraal, houten paneel dat de kalvinistische beeldenstorm op 21 december 1619 voorstelt.

Nog bij leven van keizer en koning Matthias († 20.3.1619) had op 23 mei 1618 de Tweede Defenestratie van Praag plaatsgevonden en die luidde de opstand van de overwegend protestantse Boheemse (lage) adel in tegen de Habsburgse katholieke vorst. De Boheemse Landdag koos in augustus 1619 Frederik van de Palts (1596-1632), de leider van de protestantse Unie, als nieuwe koning. Op 31 oktober had de feestelijke intocht van Frederik in Praag plaats en enkele dagen later, op 4 november, werd hij gekroond in de kathedraal. Koning Friedrich von der Pfalz beval op aanraden van zijn kalvinistische hofpredikant Abraham Scultetus een beeldenstorm in de Sint-Vituskathedraal. Op 21 december werd het graf van Jan van Nepomuk verwijderd, het Maria-altaar van Lukas Cranach werd vernield, beelden werden stukgeslagen en andere katholieke “versiering” werd verwijderd en vernield. Ook het kruisbeeld op de stenen brug (Karelsbrug) moest weg, maar dat stootte op verzet en ongehoorzaamheid van het volk. Kalvinisme was vreemd in Bohemen en de bevolking kon geen begrip opbrengen voor een beeldenstorm, iets wat ondertussen een kalvinistische specialiteit was geworden. De opstand in Bohemen was ‒ anders dan in de Nederlanden ‒ van begin tot einde een zaak van de protestantse adel, niet van het volk! Op 8 november 1620 werd bij de Slag op de Witte Berg het Boheemse leger, dat was samengesteld uit buitenlandse huurlingen, verslagen door twee katholieke legers, geleid door de Zuid-Nederlanders Charles Bonaventure de Longueval graaf van Bucquoy en Johann Tserclaes graaf van Tilly. En daarmee waren de donkere dagen van het kalvinisme in Bohemen geteld.

Het Prager Dombild

Keizer Ferdinand II stelde een grote som geld ter beschikking voor het herstel van het kathedraalinterieur. Hij zou toen ook het retabel van Gossart – Coxcie hebben geschonken, dat een plaats kreeg op het hoofdaltaar. In de inventaris van de Rudolfijnse verzamelingen van 6 december 1621 wordt het altaarstuk vermeld onder nummer 1286 als ein schön künstlicher gemahlter altar, wie sanct Lucas Vnser Liebe Fraw abgemahlet, vom Johan Mabusen. In de inventaris van de kathedrale kunstverzamelingen van 1625 wordt het retabel voor het eerst vermeld als Dombild. Vanaf een bepaald ogenblik werd het drieluik aan Hans Holbein de Oudere toegeschreven, pas in 1836 werd de signatuur “Gossar” herontdekt.
Het Prager Dombild is herkenbaar op oude prenten en schilderijen van het kathedraalinterieur, bijv. op een gravure van Eduard Gurk.

Prager Dombild, zijpanelen

Foto: Praag, Nationale Galerij, Sternbergpaleis, de zijluiken van Michiel Coxcie, (drieluik gesloten). Links Sint-Lukas met de stier, rechts Sint-Jan-de-evangelist met de arend. Gesigneerd op het paneel van Sint-Jan: MIGHEL. / DE MALINO / FACIEBAT.CMR

In 1865 werd het hoofdaltaar, samen met andere niet-gotische inboedel, verwijderd en vervangen door een neogotisch altaar, dat er nog steeds staat. In 1870 leende het kathedraalkapittel van Sint-Vitus het Dombild uit aan de Schilderijengalerij van de Společnost vlasteneckých přátel umění, de Vereniging van Vaderlandslievende Kunstvrienden, die was gesticht in 1796 en die de voorloper was van de Národní galerie (Nationale Galerij). Nu nog heeft de Nationale Galerij het retabel in bruikleen. Het bevindt zich in het Sternbergpaleis, waar het helaas zo is opgesteld dat de achterzijde niet zichtbaar is. De verzameling Zuid- en Noord-Nederlandse kunst in het Sternbergpaleis is echter een bezoek waard!

© Piet Schepens (2014-2018)

P.S. In 2014 verscheen over het Prager Dombild een uitgebreid artikel in het jaarboek van de Tsjechische vereniging Ne-Be: PIET SCHEPENS, Sporen uit de Nederlanden in Bohemen. Een drieluik uit Mechelen. Het Prager Dombild van Jan Gossart en Michiel Coxcie, in Ne-Be (jaarboek), Praag, 2014, p. 44-49. De pdf-versie van dat artikel is op eenvoudige aanvraag verkrijgbaar: info(at)agoract.cz.