De kunst der Nazareners (romantiek)

De jonge schilders Franz Pforr (Frankfurt a.M., 1788 – Rome, 1812) en Friedrich Overbeck (Lübeck, 1789 – Rome, 1869) stichtten op 10 juli 1809 in Wenen de Lukasbund, een vereniging van jonge kunstenaars. Ze waren toen daar als studenten aan de kunstakademie aan de deur gezet. Ze hadden geprotesteerd tegen de akademische opleiding waarbij streng klassieke vormen centraal stonden en ze pleitten voor kunst met meer inleving, warmte, hart en ziel. Ze wilden de kunst inhoudelijke diepte geven, die ze meenden te zien in het werk van sommige renaissance kunstenaars. Pforr en Overbeck gingen samen met nog twee vrienden naar Rome, niet aangetrokken door het antieke Rome, maar wel door het kristelijke Rome. Ludwig Ferdinand Schnorr von Carolsfeld (Königsberg, 1788 – Wenen, 1853), Philipp Veit (1793 – 1877), Peter von Cornelius (Düsseldorf, 1783 – Berlijn, 1867), Friedrich Wilhelm von Schadow (Berlijn, 1788 – Düsseldorf, 1862) en anderen sloten zich in 1811-16 bij hen aan. De Lukasbroeders trokken in het verlaten Sant’Isidoro franciskanenklooster op de Monte Pincio, leidden er tot 1820 een ascetisch leven en noemden zich “Broeders van San Isodoro”. Ze schiepen er een stijl, die later als kunst der Nazareners bekend zou worden, het was religieuze kunst der Duitse Romantiek. Inspiratie vonden ze bij oude Duitse meesters als bijvoorbeeld Albrecht Dürer, Hans Holbein d. J., Hans Baldung Grien en Lukas Cranach. Ze hadden ook grote belangstelling voor werk van schilders uit de vroegrenaissance onder wie vooral Fra Angelico, Giotto en de vroege Raffael. Ze vernieuwden ook de traditie van de kristelijke muurschildering uit de 15de en 16de eeuw. Kunst moest in dienst staan van het religieuze en het openbare leven (theorie van Friedrich Schlegel). Naast de religieuze inhoud schilderden ze ook werk met patriottisch Duitse thema´s als reaktie op de toenmalige Napoleontische onderdrukkende bezetting van Europa.

Net als op vele Jezusvoorstellingen en de zelfportretten van Albrecht Dürer droegen ze lange haren met een scheiding in het midden, wat in Italië een haardracht alla nazareno wordt genoemd. In Rome werden ze daarom met lichte spot nazareners genoemd.

Foto´s. Links: Franz Pforr, Sulamith und Maria, 1811, Schweinfurt, privé verzameling. Een allegorisch werk dat als archetype van de Nazarenerkunst wordt beschouwd. Rechts: Friedrich Overbeck, De triomf van de religie in de kunst, 1840, Städel Museum, Frankfurt am Main.

Kenmerkend voor de kunst der Nazareners zijn de uitgesproken lijnvoering (sobere door de lijn gedragen vormen, belang van de tekening), de warme kleuren en de lichtinval. Perspektief is onbelangrijk. Hun religieus-patriottistische narratieve onderwerpen, vol symboliek en aandacht voor het detail, willen imponeren door verhevenheid, idealisme. Hun werken stralen rust, ernst en iets bovenaards uit. “Grootsche, diep doordachte onderwerpen wilden zij uitwerken; verheven, veelomvattende denkbeelden wilden zij in vorm brengen. Zij zochten meer nog den geest dan het oog te treffen.” (Max Rooses, Oude en nieuwe kunst, Gent, 1896, p.151.) Centraal staat de menselijke gestalte, onerotisch, de gelaatsuitdrukkingen zijn altijd ernstig en ingekeerd.

Foto´s. Links: Franz Pforr, De intrede van Rudolf van Habsburg in Bazel, 1810, Städel Museum, Frankfurt. Rechts: Friedrich Overbeck, Italia en Germania, 1815-28, Neue Pinakothek, München. Eén van de beroemdste schilderijen der Nazareners.

De belangrijkste vertegenwoordigers waren Overbeck en Cornelius, in een latere fase ook Wilhelm Kaulbach en Moritz von Schwind. De Nazareners hebben een korte, maar roemrijke bloeitijd gekend, tot ze door de realisten werden verdrongen. Hun idealisme werd later overgenomen door o.a. de symbolisten. Ze hebben invloed uitgeoefend op o.m. Maurice Denis en Jean-Auguste-Dominique Ingres in Frankrijk, de Preraffaëlieten in Engeland, de nationaal-romantische stroming en de Beuroner kunst in Duitsland, Joseph von Führich in Bohemen, Jan Toorop in Nederland en Godfried Guffens en Jan Swerts (zie aparte bijdrage) in Vlaanderen.

Foto´s. Links: Peter von Cornelius, De drie Maria´s bij het graf, 1822, Neue Pinakothek, München. Rechts: Josef von Führich, Der Gang Mariens über das Gebirge, 1841, Wenen, Österreichische Galerie Belvedere.

© Piet Schepens (2018)

P.S. Lees aansluitend hierbij de bijdragen over de Nazarener Jan Swerts in Praag en over Beuroner kunst in Praag.

Een gedachte over “De kunst der Nazareners (romantiek)

Reacties zijn gesloten.