Kerkgebouwen: kathedraal, basiliek e.a.

Kathedraal Brno

Foto: de (neo)gotische roomskatholieke Petrus-en-Pauluskathedraal in Brno, Moravië. (Foto: Czech Tourism)

Wanneer is een kerk een kathedraal?

Een kathedraal is een bisschopskerk waarin de zetel of stoel (Grieks kathedra, Latijn cathedra) van de bisschop staat. In ieder bisdom kan slechts één kerk de kathedraal zijn. In Noord-Duitsland noemt men de kathedraal dikwijls Dom (Lat. Domus Dei of Huis Gods), in Zuid-Duitsland meestal Münster, oorspronkelijk een klooster (Lat. monasterium). Maar niet elke Dom of Münster is een kathedraal, ook elke andere grote stadskerk kan zo worden genoemd. Tsjechen gebruiken het woord katedrala ook voor een gotische kerk gebouwd met steunberen, luchtbogen en pinakels.

Praag telt – jawel – VIER kathedralen: elke religie waar bisschoppen en dus ook bisdommen zijn heeft haar eigen kathedraal. Zo zijn er de rooms-katholieke Sint-Vituskathedraal (eigenlijk kathedraal van Sint-Vitus, Wenceslas en Adalbert), de grieks-katholieke Sint-Clemenskathedraal, de oudkatholieke Sint-Laurentiuskathedraal en tenslotte de orthodoxe Sint-Cyrillus-en-Methodiuskathedraal (zetel van een patriarch).

Kathedraal_Laurentius_Petrin_Wikipedia

Foto: Praag, Petřínheuvel, Sint-Laurentiuskerk (Johann Ignaz Palliardi, 1735-1770, barok), kathedraal van de Oudkatholieken.

Volgens foldertjes van op geld beluste organisatoren van nepkoncerten (toeristenval) is zowat iedere kerk in Praag een kathedraal. Puur marketingbedrog. Toeristen worden voortdurend en overal bij de neus genomen. Muziek wordt tijdens zulke toeristenverzamelingen vermassakreerd, maar het staat goed om thuis te kunnen vertellen dat men in Praag in de Sint-Nikolaaskathedraal of in de Salvatorkathedraal een uitvoering van Vivaldi´s Vier Jaargetijden heeft bijgewoond. “Schitterend! En wat was de violiste mooi zeg.”

Een metropool is een stad waar een metropoliet, een aartsbisschop zijn zetel heeft. Nu wordt elke grote stad metropool (wereldstad) genoemd.

Een titelkerk is een aan een kardinaal toegewezen kerk in Rome.

Basiliek

Een basiliek is een kerkgebouw volgens de Romeinse architekturale basilikale aanleg en opbouw d.w.z. meerbeukig waarbij de middenbeuk boven de zijbeuken rijst.
Een basiliek kan ook een eretitel zijn die aan bepaalde kerkgebouwen wordt verleend. Men onderscheidt een basilica maior (vier in Rome, twee in Assisi) en een basilica minor. Van die laatste zijn er 15 in Tsjechië, 26 in Nederland en 17 in Vlaanderen.

Foto´s. Links de O.L.V.-basiliek (Wenceslas Coeberger, 1609-1627, barok) in het Brabantse Scherpenheuvel, een van de belangrijkste bedevaartoorden in Vlaanderen. Rechts de Sint-Laurentiusbasiliek  (Johann Lucas von Hildebrandt, 1699-1722, barok) in het Noord-Boheemse Jablonné v Podještědí (vroeger Deutsch Gabel)

Andere kerkgebouwen

En verder zijn er wat vorm of funktie betreft nog vele andere kerken.

  • Abdijkerk, kloosterkerk: op de eerste plaats bestemd voor de religieuze gemeenschap van abdij of klooster, het koorofficie staat centraal.
  • Kapittelkerk of kollegiale kerk: (stads)kerk waaraan een kapittel d.i. een kollege van kanun­niken is verbonden. Bestemd voor het koorofficie en ook voor erediensten voor leken. Ook Stiftskerk genoemd.
  • Stadskerk: hoofdkerk van een stad, dikwijls een kapittelkerk. In bisschopssteden vaak de “rivaal” van de kathedraal.
  • Parochiekerk: kerk ten dienste van een parochiegemeenschap of gemeente, geleid door een pastoor.
  • Doopkerk of baptisterium: uitsluitend bestemd voor de toediening van het doopsel.
  • Grafkerk: kerk waarin het graf van een beroemde persoon.
  • Bedevaartkerk: kerk waar het graf of relieken van een heilige bijzonder worden vereerd. Kan ook op­gericht zijn op de plaats waar een mirakel zou hebben plaats gevonden. Pelgrims bezoeken de kerk als boetedoening, om gunsten af te smeken enz.
  • Kapel: een klein gebouw bestemd voor gebed. Als onderdeel van een kerk gaat het om kleine zijruimten met een altaar waaraan een vikaris kan zijn verbonden. Deze kapellen zijn meestal stichtingen van ambachten, gilden, broederschappen, partikulieren of dienden om de relieken in het bezit van de kerk te vereren.
  • Hallenkerk: meerbeukig kerkgebouw waarbij alle beuken op dezelfde hoogte zijn overwelfd (talrijk in Midden-Europa).
  • Zaalkerk: (eenvoudige) éénbeukige kerk.
  • Weerkerk: als vluchtoord versterkte kerk. Diende als schuilplaats in tijden van nood. Komt o.a. veel in de Karpaten voor.
  • Schuilkerk: een ruimte, als kerk ingericht, in een partikulier huis, bijv. Ons’ Lieve Heer op Solder in Amsterdam.
  • Friedenskirche: zie aparte webpagina

Foto´s. Links: Bohemen, Trhové Sviny, Drievuldigheidskerk, bedevaartkerk, 1708-1710, barok (foto: Bart Van Bambost). Rechtsboven: Noord-Bohemen, Most (Brüx), Mariakerk, hallenkerk, Jacob Heilmann en opvolgers,  1517-1594, gotiek. Rechtsonder: Roemenië, Zevenburgen, Hărman (Honigberg), weerkerk, 13de eeuw.

© Piet Schepens (2018)