Driekoningentaart en de boonkoning

Driekoningentaart

Foto: Driekoningentaart met een boon

Het is een oud gebruik om op Driekoningenavond (5 januari) of op Driekoningen (6 januari) in het gezin driekoningenbrood of -taart te eten, ook driekoningenkoek, bonenbrood of boonkoek genoemd. Het gaat om zoet (rozijnen)brood, taart of gebak met een boon erin. Wie de boon in zijn deel van de koek vindt is koning(in) van het driekoningenfeest, kortweg de boonkoning(in). Het kind dat de boon vindt wordt gekroond met een papieren kroon en mag bijvoorbeeld bepalen welke spelletjes zullen worden gespeeld en om hoe laat de kinderen die avond naar bed moeten.

Waarom een boon? De bonenplant is een van de eerste die na de winter groeit en vertegenwoordigt nieuw leven, vruchtbaarheid (cf. suikerboon bij geboorte). Bonen zijn altijd in gedroogde vorm beschikbaar, ze zijn voedzaam. Daarenboven zijn ze klein en niet te hard, dus geschikt om in een taart te verbergen. De boon kan worden vervangen door een amandelnoot, een muntstuk (Griekenland), een ring of ander klein voorwerp als bijv. een figuurtje (zie verder).

Geschiedenis

Sommigen beweren dat het gebruik uit de Romeinse tijd dateert, maar dat kan men niet bewijzen, het kwam in ieder geval in West-Europa en in delen van Midden-Europa voor vanaf de 14de eeuw. Het was (is) op de eerste plaats een kinderfeest, maar ook volwassenen hadden (hebben) hun versie. In stedelijke of beroepskringen kozen volwassenen ook een koning, waarna andere rituele elementen volgden als processies, eredienst en tenslotte vrolijk feestvieren. Het ritueel kwam voor in kloosters, in hospitalen, bij ambachten en gilden, bij studenten, scholieren, boeren en zelfs aan het Franse koningshof! Allemaal kozen ze een eigen koning of koningin, die dan soms zelf een koning(in) mag kiezen. Komt de in Vlaanderen bekende uitdrukking „voor iemand een boontje hebben“ (een zwak hebben voor iemand) daar vandaan?

Er waren nog andere manieren om door het lot een koning te kiezen bijv. door het trekken van voorgedrukte of geschreven papiertjes. Men kon dan ook een koningin, prins, prinses, hofmeester, maarschalk, voorproever, speelman e.a. kiezen. Als de koning was gekozen en gekroond volgde een gemeenschappelijke dronk en telkens wanneer de koning het glas hief riep het gezelschap „De koning drinkt“. In Franstalige gebieden verkreeg het ritueel de naam „le roi-boit“, wat voor Fransen grappig is om uit te roepen. Het was een frivool dronkemansfestijn, dat in de 17de en 18de eeuw een populair schildersgenre zou worden (zie verder).

Driekoningen, prent Otto von Reinsberg-Düringsfeld, Leipzig, 1863

Foto: prent uit Otto von Reinsberg-Düringsfeld, Das festliche Jahr in Sitten, Leipzig, 1863

Waar komt het gebruik voor?

In de 17de eeuw werd het driekoningenfeest in Noord-Nederlandse streng-protestantse kringen fel bekritiseerd, veel kalvinisten wijzen het nog steeds af als een heidens gebruik. Tot in de 18de eeuw was het ritueel vast verbonden aan het driekoningenfeest, maar dan gaat het verband met 6 januari op veel plaatsen verloren en treedt in de 19de eeuw een karnavalisering op met de koning als een narrenfiguur. Begin 20ste eeuw is het gebruik in het Duitse taalgebied grotendeels verdwenen met uitzondering van katholieke gebieden aan Moezel en Benedenrijn. Hier en daar worden nog (of opnieuw) in verenigingsverband uitgebreide driekoningendiners georganiseerd bijv. door „die Freunde Kants und Königsbergs“ en sinds 1898 schuiven in Frankfurt am Main toplui uit de bedrijfs- en financiële wereld aan tafel voor de „Bohnenrunde“.

Het gebruik komt nog steeds voor in katholieke landen en streken als Frankrijk, Katalonië, Spanje, Portugal, Luxemburg, Wallonië, Vlaanderen, het zuiden van Nederland en in Latijns-Amerika. In de rest van Europa zijn bonenkoningen thans eerder lokale verschijnselen.

Bohnenkönig (D), bean king (E), roi de la fève (F)

Porseleinen figuurtjes, fèves

I was greatly surprised to find something very hard, which almost made me break a tooth, in a mouthful of cake. Gently I took this thing from my mouth and I saw that it was a little porcelain doll, no bigger than a bean. (Guy de Maupassant, Mademoiselle Perle, 1886.)

Driekoningen, porseleinen figuurtjes

Foto: porseleinen verglaasde figuurtjes, in Frankrijk fèves (bonen) genoemd.

La fève (boon) is een tot 2 cm groot porseleinen of aardewerken meestal verglaasd figuurtje, dat de boon in de taart vervangt. (Niet te verwarren met de Provencaals santon, een kerststalfiguurtje meestal 4 tot 15 cm groot.) Het eerste porseleinen figuurtje zou in 1874 in Duitsland zijn gemaakt, waar bakkers de bonen begonnen te vervangen door een klein porseleinen handbeschilderd poppetje. Vanaf 1880 komen ze ook voor in Frankrijk. De waardevolste dateren van voor 1914 en die zijn vrijwel steeds religieus van aard (drie koningen, Maria, enz.). Na WO I nam Limoges de produktie over en kregen de poppetjes andere gestalten en gedaanten (zie verder). Vanaf de jaren negentienhonderdzestig maakte men ook plastieken figuurtjes en eind jaren tachtig kende het fenomeen een grote boom. De figuurtjes worden gemaakt in porseleinfabrieken o.a. in opdracht van (industriële) bakkerijen en banketbakkerijen. Jaarlijks komen er naar schatting meer dan 4000 nieuwe allemaal verschillende figuurtjes op de markt, maar 95% daarvan wordt nu gemaakt in Azië. Vele bakkerijen in Frankrijk verkopen een koningentaart in een daartoe bestemde doos of zak met daarin ook een of meer figuurtjes en een papieren kroon.

De figuurtjes komen voor in vele vormen en gedaanten. De meeste hebben absoluut niets meer te maken met Driekoningen, maar stellen filmsterren, Disneyfiguurtjes, stripverhaalhelden, dieren, beroepen, landen enz. voor; dikwijls zijn het prullaria als huisjes, fonteintjes, molentjes enz. Ze zijn nog slechts dekoratie, meestal bewaard in een speciaal doosje. In Frankrijk zijn veel verzamelaars van de figuurtjes, ze worden fabophiles genoemd en hun tijdverdrijf heet fabophilie.

De koningstaart met figuurtjes is vooral in Frankrijk, Katalonië, Zwitserland en Québec zeer populair. In Noord-Frankrijk en Wallonië heet het grote taartvormige met frangipane gevulde bladerdeeggebak galette des rois. Typisch voor Zuid-Frankrijk (Occitanië) is de gâteau des rois, een ringvormige vruchtencake (dikwijls met gekonfijt fruit). Een gelijkaardige brioche in de vorm van een kroon treft men aan in Katalonië (tortell de reis), Spanje (roscón de reyes) en portugal (bolo rei). Ook in Zwitserland zijn de figuurtjes populair, wat te danken is aan de inzet van kultuurhistorikus Max Währen, die eind jaren 1950 het gebruik met de steun van het Verbond van Zwitserse Bakkers en Pasteibakkers met sukses propageerde. De meeste figuurtjes zijn er in plastiek, men koopt het gebak met het figuurtje er al in. Een plastieken figuurtje kost ongeveer 0,50 euro (sic). In New Orleans zijn plastieken jezuskindjes populair.

Foto: links een galette des rois; rechtsboven een galette des rois met figuurtje,; rechtsonder een gâteau des rois.

Dreikönigskuchen (D), King cake, Epiphany cake, Ring of the Kings (E), galette des rois, gâteau des rois (F)

“De koning drinkt” in de kunst

Het bonenfeest kent in de kunst een rijke ikonigrafische traditie. Er zijn twee voorstellingen. De oudste en minst voorkomende stelt een feestend gezin voor waarbij de bonentaart centraal staat. Zo bijv. een 14de eeuwse miniatuur in de Heures dites d’Adélaïde de Savoie (Chantilly, Musée Condé) en „De koningentaart“ (1774) van Jean-Baptiste Greuze (Montpellier, Musée Fabre). Het tweede type is de voorstelling van de koning die het glas heft (of het glas aan de mond zet) en de feestvierders die „De koning drinkt“ uitroepen. Het genre was in de Nederlanden in de 17de eeuw zeer populair. Jacob Jordaens (1593-1678), Jan Steen, David Teniers de Jonge, Jan Miense Molenaer, Richard Brakenburgh en vele anderen hebben het onderwerp vele malen geschilderd.

Foto´s. Links: Jacob Jordaens, Das Fest des Bohnenkönigs, ca. 1645, Wenen, Kunsthistorisches Museum. Rechtsboven: Jacob Jordaens, De koning drinkt, 1638, Brussel, Museum voor Schone Kunsten. Rechtsonder: Jan Steen, Driekoningenfeest, Kassel.

© Piet Schepens (2018)