Balkon

“Open uitbouw aan een bovenverdieping van een huis, voorzien van een balustrade en toegankelijk vanuit (een van) de kamers” (van Dale woordenboek). Een balkon steekt ter hoogte van een bovenverdieping uit aan de buitenzijde van een gebouw, is onoverdekt, heeft een borstwering en er is een balkondeur. Een balkon is zelfdragend of rust op konsoles.

Foto´s v.l.n.r: Jugendstilbalkon in Riga (Letland); neogotisch balkon aan slot Hluboká in Zuid-Bohemen; Söller in Rastatt (Baden-Württemberg.

Een speciaal type is het balkon gedragen door zuilen of pijlers tot op de begane grond. Zo´n balkon wordt in het Duits Altan of Söller genoemd (van het Latijnse solarium; in het Nederlands werd dat de zolder).

Loggia´s werden ononderbroken gebouwd van de Oudheid tot op heden. Balkons kwamen in de laatromeinse tijd sporadisch voor en gedurende latere eeuwen werden ze hier en daar op het platteland gebouwd, maar ze verschijnen onder invloed van de Arabische woonkultuur (loggia´s, zuilengangen, fonteinen …) pas t.t.v. de renaissance in Italiaanse steden en dan vooral aan paleizen en aan villa´s van de rijke middenklasse (patriciërs, handelaars en welvarende ambachtslui). Maar pas vanaf eind 18de eeuw en voorgoed in de 19de eeuw worden balkons een algemeen verschijnsel in Europese steden, waar men voordien vooral loggia´s kende (ook op binnenplaatsen). Aan de voorzijde van woongebouwen bouwde (bouwt) men pronkbalkons (Schmuckbalkons), aan de achterzijde gebruiksbalkons (Wirtschaftsbalkons), grenzend aan keukens, ook gebruikt voor het drogen van het wasgoed.

De funktie was vroeger (meer dan nu) representatief. Op de balkons aan overheids- of representatieve gebouwen, gericht naar straat of plein, tonen waardigheidsbekleders zich aan het publiek of houden er toespraken. Voordien gebeurde dat aan een open raam of bovenop de buitentrap. Nu is het een plaats vanwaar men kijkt (wie klopt aan, een gebeurtenis op straat, …) en waar men gezien wil worden. Het is ook een poosplaats en steeds vaker een rookplaats. Sommigen kweken er planten, groente (de balkontomaat) of kruiden. Vaak ontaardt een balkon (ook een dakterras) in een protserig stadstuintje. Het balkonpalmboompje schenkt een verdwaalde Aziatische halsbandparkiet even rust en de kat een klimplaats. Het leven op een balkon bepaalt in hoge mate de relatie tot de buren. Wie er konijnen of kippen kweekt vraagt om moeilijkheden. En een balkon is beslist geen geschikte plek voor de barbecue.

Ook in theaters zijn balkons en tenslotte, onze vrouwelijke lezers weten dat, een hoge, ver vooruitstekende boezem wordt ook balkon genoemd.

Balkon (D), balcony (E), balcon (F), balkon (CZ)

© Piet Schepens (2014-2018)