Schamppaal, schampsteen

De met een ijzeren band beslagen wielen van karren (en koetsen), maar vooral de uiteinden van de assen van paardekarren konden schade veroorzaken aan gebouwen, fonteinen enz. Daarom plaatste men vroeger (en nu) in stad en dorp bewust stenen in de weg van voerlui, het zijn de schampstenen of schamppalen.

Een schamppaal of -steen, ook wel stootsteen of schutpaal genoemd, is een hardstenen paal of zware steen (monoliet) die de hoek van een gebouw, de inrijpoort, de gevel aan straatzijde, maar ook een brugleuning of een boom enz. beschermt tegen aanrijding. Rijdt de voerman met het karrewiel tegen een schamppaal, dan kan hij zijn kar zwaar beschadigen.

In de middeleeuwen waren de palen onversierd, later beitelde men hier en daar versieringen in de steen als bijv. gelaats­trekken. Vanaf de 19de eeuw werden ook schamppalen in metaal, meestal gietijzer, gemaakt. Schamppalen vallen in historische steden onder monumentenzorg, ze zijn beschermd erfgoed.

In de tweede helft van de 19de eeuw werden overal in stad en dorp tegen de huisgevels verhoogde voetgangerspaden, de stoepen, trottoirs of voetpaden aangelegd. Ze zorgen voor een scheiding van rij- en voetgangersverkeer, maar maken schamppalen niet helemaal overbodig. Aan weerszijden van bijv. een inrijpoort worden ze nog steeds geplaatst, dikwijls in een betonnen versie.

Radabweiser, Prellstein, Prellpfosten (D), Guard stone (E), chasse-roue (F), nákolník, nárožní kámen (CZ)

Schamppalen

Foto´s v.l.n.r.: Praag, een traditionele hardstenen schampsteen tegen een huisgevel;  Praag, Oude Stad, hoek straten Liliová en Zlatá, een bijzondere schamppaal; Parijs, inrijpoort, 19de eeuwse gietijzeren schamppaal.

Piet Schepens (2016-2018)