Apotropaia, afweersymbolen

Apotropaion-001-Karolinum-monster-groeneman-wildeman

Foto. Praag, Karolinum, konsoles van de laatgotische erker. Apotropaia v.l.n.r.: monster, Groene man en Wildeman.

Een apotropaion (mv. apotropaia) is een onheil afwerend, dus beschermend (magisch) voorwerp, teken of afbeelding. Het bekendste en meest voorkomende apotropaion is de amulet, een op het lichaam gedragen voorwerp ter bescherming van de drager tegen ziekte en het kwade (bijv. het boze oog). De amulet is meestal een hangertje: een kettinkje waaraan een kruisje, een (bedevaart)medaille, een edelsteen, een juweel, een tand, een houdertje (medaillon) met daarin een gedroogde plant, een pluk haren, een papiertje met magische woorden of getallen enz. Hoe ongewoner en geheimnisvoller de amulet hoe groter de werking.

De talisman lijkt op een amulet, maar is niet echt kwaadwerend, wel een gelukbrenger. Veel voorkomend is een edelsteen met een teken van de dierenriem of een hangertje met een miniatuurhoefijzer. Het vinden van een hoefijzer brengt aldus het volksgeloof geluk (zoals een klavertje vier) en hangt men die boven stal- of schuurpoort, zodat hij deel gaat uitmaken van het gebouw, dan is het hoefijzer super gelukbrengend. Een kruisbeeld of Mariabeeldje in een nis boven de ingangspoort of -deur beschermt huis en bewoners.

Foto´s. Links een Spaans amulet (Caravacakruis), rechts een 18de eeuwse talisman uit Beieren (een etuitje voor een Breverl, een gevouwen papiertje met religieuze teksten en afbeeldingen)

Kerkgebouwen (en tempels) worden opgevat als hemelse burchten die worden belaagd door het boze: de duivel en zijn gevolg, de demonen die in de bijbels-kristelijke traditie gevallen engelen zijn. Ter afwering van het kwade staat dikwijls op middeleeuwse kerkgevels een beeld van aartsengel Michael met getrokken zwaard of zijn Kristus, Maria en heiligen voorgesteld. Ook een geschilderd of geskulpteerd oog, het oog gods, weert het boze af. Sterk apotropaeisch, onheil werend dus, zijn ook het pentagram (vijfhoek; droedenvoet ter bescherming tegen droeden of druden, tovenaressen die tijdens de slaap verschijnen, vrouwelijke nachtgeesten), het hexagram (zeshoek), de cirkel en de bol.

Foto´s. Links aartsengel Michael, Wenen, Michaelerkirche, voorgevel. Rechts pentagram en hexagram, Hannover, Marktkirche. Het pentagram is geen duivelsteken (zoals in films, stripverhalen en boeken geschreven door onwetenden), maar een demonenwerend teken, het is dus duivelafwerend.

Monsters

Apotropaeische bouwskulptuur beschermt het gebouw en zijn bewoners en heeft dikwijls de vorm van het boze, wat is gebaseerd op analogiedenken: men houdt het kwaad diens eigen beeltenis voor zodat het voor zijn “dubbelganger” terugschrikt (similia similibus). Dergelijke spiegelbeelden hebben vaak de vorm van een chimaera (een vuurspuwend gehoornd fabelwezen), een draak, een duivels wezen (demon), een monster enz. Die monsters aan de buitenzijde van kerken en raadhuizen zijn dus eigenlijk wachters in de gestalte van hun belagers.

Een in de architektuur zeer gekend apotropaion is de waterspuwer (Wasserspeier, gargoyle, gargouille, chrlič) aan tempels (oudheid) en gotische kerken (middeleeuwen). Hij heeft op de eerste plaats een praktische funktie: hij leidt het regenwater op de daken weg van het gebouw en beschermt zo de muren. Omwille van de symbolische afwerende funktie heeft de waterspuwer gewoonlijk de vorm van een monster, een fabelwezen, een dier maar soms ook een menselijke gestalte. We begrijpen niet altijd meer de precieze betekenis of herkomst van de monsterlijke vormen, maar waterspuwers spreken in ieder geval nog steeds tot de verbeelding.

Foto´s. Links waterspuwer (gotisch), Ulm, Münster. Rechts demon (gotisch) op steunbeer, Praag, Maartenskerk

Maskarons

Een apotropaeisch maskaron (tronie, Neidkopf, apotropaic image, tête conjuratoire, apotropaická maska) is een meestal middeleeuws (stenen) ornament in de vorm van een grimastrekkend masker of booskijkend grotesk gezicht. Deze maskarons kunnen ook dierenkoppen zijn of monsterachtige fabelwezens, demonen, gorgonen (de bekendste is Medusa; ogen als afweertover). We treffen hen dikwijls aan op gevels van huizen, paleizen en kerken, boven portalen, op konsoles, ook op doopvonten, aan koorgestoelten enz.

Vele maskarons, vooral ten tijde van barok en Jugendstil, zijn echter enkel dekoratief, dus niet apotropaeisch, en als zodanig komen ze veel voor op sluitstenen van (deur)bogen, aan muren, aan fonteinen, op kapitelen enz.

Foto´s. Maskarons. Linksboven České Budějovice (Budweis), Zouthuis. Rechts Brno, raadhuis. Beide zijn gotisch. Linksonder een dekoratief maskaron (Jugendstil) in Praag, Parijsstraat.

Groene mannen

De Groene man is een speciaal type maskaron, niet in de vorm van een monster maar van een goedmoedig of neutraal (mannelijk) menselijk gelaat met loof (eik, akanthus, klimop, druivelaar, meidoorn) en uit de mond groeien bebladerde twijgen (variaties zijn mogelijk). Deze groteske grimas (die de beschouwer dikwijls aanstaart) zien we hier en daar geskulpteerd aan en in kerken en raadhuizen op konsoles, kapitelen, sluitstenen en bijv. ook op misericordiae van koorgestoelten. De Groene man is van oorsprong Keltisch en hij komt voor in de Romeinse kunst (god Silvanus), later in de romaanse, gotische (!) en renaissance kunst en dan opnieuw ten tijde van de 19de eeuwse romantiek en in de Jugendstil. Ten tijde van de Middeleeuwen was hij een apotropaion, in latere tijden is hij pure dekoratie (versiering).

Grüner Mann, Blattmaske (D); Green Man (E); tête feuillu, masque feuillu (F); zelezný muž (CZ)

Foto´s. Groene mannen, gotisch. Links Praag, Oudestadsplein, Tynschool, bogengalerij, sluitsteen. Rechts Lübeck, raadhuis, ingangshal.

Wildemannen

Ook de mythische Wildeman wordt goedmoedig voorgesteld, niet als het boze. Hij is een aards min of meer (oer)menselijk wezen, niet goddelijk, niet dierlijk. Hij is naakt, ruigbehaard, dikwijls met een loofkrans om de heup en op het hoofd, of helemaal met loof bekleed. In de hand heeft hij een knots. Gewoonlijk wordt hij ten voeten uit afgebeeld, soms (op kapitelen enz.) alleen het hoofd. De Wildeman is een symbool van sterkte, oerkracht en van bescherming, soms is hij een wachter, bijv. aan de ingang van een raadhuis. In mythen en sagen, bevolkt met reuzen, draken en dwergen, zijn ze dikwijls de bewakers van een schat. In de (heraldische) schilderkunst zijn ze vaak schildhouders.

Foto´s. Wildemannen. Links Litoměřice (Leitmeritz), raadhuis, voorgevel, laatgotisch. Rechts een fraaie miniatuur uit de Wenceslasbijbel (Boheems, begin 15de eeuw, laatgotisch).

Wildemannen komen veel voor in de Midden-Europese gebergten met ertsmijnen, ze behoren er tot mijnbouwwereld met zijn volks- en bijgeloof. Talrijk zijn de Wildemannen in de prachtig geïllumineerde (verluchte) handschriften van de Boheemse koning Wenceslas IV (1361-1419) waar ze samen met in kunsthistorische kringen beroemde halfnaakte badmeisjes, liefdesknopen en ijsvogeltjes voorkomen.

Wilder Mann (D), Wild man, wildman of the woods (E), homme sauvage (F), divý muž (CZ)

© Piet Schepens (2018)

De auteur na arbeid