Architekt Josip Plečnik – 3. De obelisk

Een monumentale trap (1921-24) domineert de Paradijstuin (Rajská zahrada), het westelijk deel van de Zuidertuinen van de Praagse Burcht. Josip Plečnik wou op deze trap een obelisk met bovenin een eeuwig licht plaatsen als gedenkmonument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog en de onafhankelijkheid van Tsjechoslovakije. (Geïnspireerd door het Washington Monument uit 1884?)

Een van de ontwerpen (foto) toont een 20 m hoge opgemetselde obelisk, geplaatst voor de zuidvleugel van de Praagse Burcht (met de presidentiële woning op de tweede verdieping) en goed zichtbaar vanuit de stad. De obelisk is bekroond met een zwaar kapiteel waarin een eeuwig licht en daarbovenop een gestalte met de staatssymbolen (de Boheemse leeuw en het Slovaaks dubbelkruis). Maar het projekt bleek onuitvoerbaar en Plečnik koos dan voor een obelisk uit één stuk steen, een monoliet dus. In 1922 begon men in de steengroeve van Mrákotín met het houwen van een 36 m lang granietblok met een sokkelbreedte van 7 m. Het zou de grootste obelisk ter wereld worden, maar eind van dat jaar stelde men vast dat de steen niet voldoende weerstand bezat en gaf men dit plan op. Dan werd in 1923 in dezelfde steengroeve een tweede monoliet gehouwen met een lengte van 16,6 m en een 1,35 m brede basis, maar die brak tijdens het transport naar Praag. De twee stukken hadden onzichtbaar kunnen worden gelijmd, maar Plečnik, een perfektionist, wou dat niet. (In 1932 werd het langste overgebleven deel opgericht nabij het Emmausklooster.) Een derde monoliet werd dan gebeiteld, 19 m hoog en 1,55 m breed aan de voet, maar daarvan brak in de steengroeve in september 1924 de spits af. Plečnik besliste in de lente van 1925 om het overgebleven deel (15,5 m) van de derde monoliet alsnog te plaatsen, niet in de Paradijstuin maar op het Derde Burchtplein. De nog ruwe monoliet werd in 1926 naar Praag getransporteerd (foto), verder ter plaatse in de Praagse Burcht bewerkt en gepolijst en dan in 1928, tien jaar na de stichting van Tsjechoslovakije, opgericht op de plaats waar hij nog steeds staat. Bovenop de obelisk staat nu een vergulde metalen open pyramidestruktuur, een overblijfsel van de Plečniktentoonstelling in het jaar 1996 (foto).

Piet Schepens, 2016

Architekt Josip Plečnik – 2. De Wapenschildkamer

In de middenvleugel van de Praagse Burcht, de vleugel tussen tweede en derde burchtplein, is de romaanse Witte Toren bewaard gebleven, hoewel dat van buiten niet te zien is. Deze westelijke verdedigingstoren was ooit een gevangenis waar zelfs de zoon en opvolger van de beroemde keizer Karel IV gevangen werd gezet. Zoon Wenceslas IV was koning van Bohemen en keizer van het Heilige Roomse Rijk, maar in die laatste funktie werd hij in het jaar 1400 door de rijkskeurvorsten afgezet wegens zijn totale nutteloosheid. Jawel.

De torenruimte op de tweede verdieping heeft Plečnik aangepast als ceremoniekamer voor de president van de nieuwe demokratische staat Tsjechoslovakije. De heerlijke laatrenaissance plafondfresko Hermes en Pallas Athena (1585) van de Antwerpse schilder Bartholomeus Spranger heeft hij bewaard, ze zijn de personifikaties van voorspoed en wijsheid. De kamer kreeg de naam Zaal van het Staatshoofd of Wapenzaal. Aan de muren hangen geschilderde reliëfs van de wapenschilden van de historische landen op het grondgebied van Tsjechoslovakije (1918). In het midden van de kamer staat een teakhouten tafel waaraan de internationale verdragen van de republiek Tsjechoslovakije werden ondertekend (niet onderhandeld). Onder de tafel leiden witmarmeren zuilen de aandacht naar de cararamarmeren plaat in de vloer met een aan het staatshoofd gericht inschrift: Onderwerp uw persoonlijke belangen aan die van de gemeenschap (vertaling uit het Tsjechisch). Het is een verwijzing naar het raadsherenbord uit 1595 in het raadhuis van het voormalige Boheemse zilvermijnstadje Kutná Hora. De tekst (vertaald uit het Latijn) luidt: Wanneer gij, in uw ambt als lid van de stadsraad, hier door deze deur binnengaat, zet dan al uw persoonlijke gevoelens opzij zoals haat, vijandschap, geweld, vriendschap, huichelarij. Maak uw eigen belangen ondergeschikt aan die van de gemeenschap. Dezelfde gerechtigheid die gij anderen aandoet zult gij van God ontvangen en verdragen moeten. A.D. 1595. Kopieën van dit bord bevinden zich om begrijpelijke redenen in het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York en in het Paleis der Verenigde Naties in Genève.

Waarachtig, de ondertekening van verdragen is de ultieme bestemming voor een kamer waarin een koning heeft gevangen gezeten.

Piet Schepens, 2016

Architekt Josip Plečnik – 1. Het Impluvium

Welstellende Romeinen woonden in een atriumhuis. In het dak van het atrium, de centrale woonruimte, later geëvolueerd tot ontvangstruimte, was een opening (compluvium) voor regenwater dat naar binnen liep in een ondiep waterbekken, het impluvium (Latijn: het regent erin). Het water was voor huishoudelijk gebruik en hygiëne.

De geniale Sloveense architekt Josip Plečnik heeft tijdens het Interbellum voor Tomáš G. Masaryk, de eerste Tsjechoslovaakse president, de Praagse Burcht aangepast als zetel van het staatshoofd. Voor de gangen in de presidentiële suite (appartementen) op de tweede verdieping van de zuidvleugel heeft Plečnik daarenboven, zoals op de binnenpleinen en in de zuidertuinen, benadrukte kleinarchitektuur ontworpen als reliëfs, zuilen, banken, vazen, lampen, fonteintjes en … een impluvium (1924). Midden in een centrale ruimte, op het snijpunt van zuid- en middenvleugel van de Praagse Burcht, staat een waterbekken, Plečniks herinterpretatie van een impluvium, hier een monolitische gepolijste granieten ondiepe schaal met fonteintje op een granieten voet. In het midden van de schaal is nu een groen geribde glazen kom. De originele witglazen kom, eigenlijk een beker in de vorm van een gestileerde bloemkelk (lotusbloem?) was meer in harmonie met het geheel, maar is verloren gegaan.

Het halletje, Impluvium genoemd, met een vloer uit gepolijste granieten tegels, is boven geopend door een ovalen glazen “oog” (compluvium), dat daglicht binnenlaat, waardoor de ruimte vanuit de gangen helder is als een open plek in een bos. Langs de vier zijden is de ruimte geopend met bogen. Aan twee tegenover elkaar liggende zijden staat een marmeren tafel met op elke tafel een 19de eeuwse tweeorige metalen kruik (amfoor), die Plečnik uit het burchtdepositarium had gekozen. Aan een zijde staat een stenen zitbank, de tegenover liggende zijde is open.

Plečnik gaf zijn werk altijd symbolische inhoud, betekenis. Water was bij de Grieken een symbool van wijsheid, bij de Egyptenaren was de lotusbloem op het wateroppervlak symbool van de zon en van zuiverheid. Voor kristenen vertegenwoordigt een fontein de levensbron. Schaal en kruik verwijzen naar wassing, geestelijke reiniging. Het geheel is opgevat als een poosplaats, een plaats voor kontemplatie, reflektie, inzicht. De betovering van een effen waterspiegel, met daarop het spel van licht en wolken door het oog in het plafond, nodigt daartoe uit. Plečniks impluvium is verheven tot een esthetisch edel vormgegeven betekenisvolle waterschaal.

Plečnik koos altijd zorgvuldig zelf het materiaal als steen, hout en metaal. Hij eiste perfektie bij de uitvoering en wanneer de handwerkslieden die perfektie hadden bereikt feliciteerde hij hen uitdrukkelijk. Van Plečnik is een handgeschreven bericht bewaard waarin hij verhaalt hoe president Masaryk kort na de plaatsing van het impluvium op de knieën onder de waterschaal kroop om de perfekte uitvoering te kontroleren: Die grosse Granitschale des sog. Impluviums im II. Stock der Prager Burg, steht auf einem niedrigen Fuss. Nach dessen Aufstellung besichtigte sie der Herr President. Auf meine Bemerkung, das sie allseits schöner Arbeit sei, kniete er sich auf das Steinpflaster, kroch unter die Schale und betastete auch da sorgsam das Werk. Den Steinleuten, die sie gemacht, war es eine freudige Genugtuung davon zu hören. Wenn Sie wollen, erzählen Sie ´s weiter – vielleicht könnte es manchem auch eine hübsche Lehre sein. (Uit Prager Presse, 7.3.1930.)

Ik heb het verder verteld.

Piet Schepens, 2016